Britse regering bekritiseerd wegens folteringen in Irak
Foto: AFP
Een onafhankelijk onderzoek acht jaar na de dood van een Iraakse burger in Britse hechtenis werpt de Britse regering nieuwe verwijten voor de voeten. De tragedie zou het gevolg zijn van een falend Brits defensiebeleid, dat verboden 'verhoortechnieken' invoerde zoals het opzetten van kappen zonder kijk- of luchtgaten en het bevel om in pijnlijke houdingen te staan. De gepensioneerde rechter Sir William Gage legde het onderzoek donderdag in Londen voor.

De hotelfunctionaris Baha Mousa werd in 2003 in Basra, in het zuiden van Irak, tot de dood gefolterd. De 26-jarige vader stierf aan het 'gruwelijke gevolg van zwaar geweld zonder enige aanleiding', zo blijkt.

In 36 uren tijd liep Moussa 93 verwondingen op, waaronder gebroken ribben en een gebroken neus. Hij overleed uiteindelijk aan zijn verzwakte lichamelijke staat, maar ook aan een laatste gevecht met zijn oppassers.

Een soldaat zou Mousa enkele minuten voor zijn dood aangevallen, geslagen en getrapt hebben. Toen was Mousa al enorm verzwakt door een gebrek aan eten en drinken, hitte, uitputting, angst en zware verwondingen.

Sir William Gage heeft het over een 'ernstige schending van de regelgeving'. Een hoop Britse soldaten draagt volgens de rechter op rust de verantwoordelijkheid voor de tragedie.

De resultaten van het rapport zijn geen uitzondering. De bevelhebbende officier Jorge Mendoca moet geweten hebben wat er zich afspeelde lang voor Mousa overleed, zegt Gage. Staatssecretaris Liam Fox noemt de resultaten 'betreurenswaardig, schokkend en beschamend'.

Een militaire rechtbank in Groot-Brittannië vervolgde al zeven Britse soldaten wegens misdaden; slechts één werd veroordeeld.