Festivalgangster Esther Vanden Bremt is daags na de dramatische gebeurtenissen op Pukkelpop nog zwaar aangeslagen. 'We wisten niet wat ons overkwam', vertelt ze.

'Het begon met wat gedruppel en na een warme namiddag werd de verkoeling werd aanvankelijk op gejuich onthaald. Al snel begon het harder te regenen en we vluchtten naar het overdekte dansplatform aan de Boilerroom. Niet veel later verplaatste iedereen zich naar het midden en de regen vloog horizontaal over onze hoofden. De lucht zag onheilspellend groen en bruin, nooit gezien!', herinnert ze zich.

'Je voelde hoe iedereen naar het midden van de schuilplaats begon te bewegen. Wat zich de volgende minuten afspeelde, was angstaanjagend. Je zag niet meer wat er buiten gebeurde door de stortregen en de hagel en je voelde iedereen steeds zwaarder over je heen leunen. Heel onrealistisch allemaal.'

'Plots hoorde ik een vriend roepen dat we weg moesten, het ding stond op instorten. We spurtten vanonder het tentzeil, richting een hamburgerkraam. De mensen achter de toonbank keken verschrikt toen ze de groep radeloze festivalgangers op hen af zagen komen.'

Angstige blik

Toen ze na de storm haar schuilplaats verliet en de schade op het terrein overzag, besefte Esther waaraan ze ontsnapt was. 'De shelter lag neer, in tweeën geknakt. Iedereen stond vol ongeloof om zich heen te staren, niemand wist wat er ging gebeuren. En dan merk je dat de Chateau er niet meer staat... Zo hebben we daar twee uur lang vertwijfeld gestaan. Dan bereiken je de eerste berichten over gewonden en doden. We hoorden politiewagens en ambulances af en aan rijden.'

'Bij het verlaten van het festivalterrein was de chaos compleet. 'Honderden ouders stonden radeloos met de gsm in de hand hun kinderen te zoeken. Hun angstige blik en getrokken gezichten waren vreselijk om zien. We zagen mensen samentroepen rond radiotoestellen, zonder een woord te zeggen stonden ze verslagen te luisteren naar de nieuwsberichten.'

'Op weg naar huis had ik voor het eerst weer gsmontvangst. Het ene berichtje na het andere liep binnen, tal van gemiste oproepen. Het begint tot me door te dringen dat ik veel geluk heb gehad. Ik stond nog aan de goede kant van de weide...'