De verlaging van de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten zorgt voor verhitte gemoederen wereldwijd. Het is niet de eerste keer dat een beslissing van één enkele kredietbeoordelaar het leven van miljoenen mensen overhoop gooit. Terwijl de ratingbureaus vroeger het verwijt kregen te laks te zijn, dreigt nu een omgekeerde beweging.

Kredietbeoordelaars, waarvan de Amerikaanse bedrijven Standard & Poor's, Moody"s en Fitch de belangrijkste zijn met ongeveer 95 procent van de markt, spelen een sleutelrol in het financiële systeem. Geen bedrijf kan geld lenen, spaargeld aantrekken of obligaties uitgeven zonder dat het een keurmerk van kredietwaardigheid (rating) heeft van een of meer van deze instellingen. Die rating geeft aan hoe groot de kans is dat het geleende geld wordt terugbetaald.

Ratings lopen bij de meeste bureaus uiteen van AAA of triple-A (zeer betrouwbaar) tot D (default of wanbetaling). Die beoordeling helpt een belegger of spaarder een afweging te maken tussen het rendement op zijn investering en de risico’s. Een bank met een lagere rating zal doorgaans een hogere rente aanbieden. Hetzelfde geldt voor uitgevers van obligaties. Landen krijgen de rekening dan ook meteen gepresenteerd, doordat ze duurder moeten gaan lenen.

Kritiek

De ratingbureaus kregen vroeger vaak het verwijt dat ze te laks te waren en problemen te laat inschatten zoals bij Enron (Amerikaans energiebedrijf dat in 2001 failliet ging nadat het gelogen had over zijn winsten, red.), de Amerikaanse hypotheekproducten of de IJslandse banken. Nu dreigt echter een omgekeerde beweging waardoor landen die het al moeilijk hebben, nog verder kopje onder worden geduwd.

Hoe de beoordelingen van ratingbureaus precies tot stand komen, is echter lang niet altijd duidelijk. Daarbij komt dat kredietbeoordelaars niet door beleggers worden betaald voor hun diensten, maar door de instellingen die ze beoordelen. Om die reden trekken nogal wat critici de onafhankelijkheid en de betrouwbaarheid van ratingbureaus in twijfel. Bovendien moeten ze aan niemand verantwoording afleggen, bijvoorbeeld over de fouten uit het verleden.

Een ander punt van kritiek is de traagheid waarmee kredietbeoordelaars hun ratings aanpassen aan veranderende omstandigheden. Ook het feit dat de hoofdkantoren van de grote drie in de VS liggen, zorgde al voor wrevel. Europese politici roepen al enige tijd op om een onafhankelijke Europese tegenhanger op te richten, naar Chinees voorbeeld. De Europese Commissie heeft Moody’s, S&P en Fitch ook al openlijk bekritiseerd; zij zouden een oligopolie vormen.