Alarm
Foto: Johan De Meester
BOEM. BOEM. BOEM. BOEM. BOEM. Zo moet het begin van Jasper Erkens’ bisnummer vorig jaar ongeveer hebben geklonken. ‘Hoezo?’, hoor ik u denken. ‘Is dat geen singersongwriter?’ Inderdaad. Maar het systeem dat we in elkaar hadden geknutseld om onze plaatjesdraaier van dienst te gepaste tijde het zwijgen op te leggen, bleek niet volledig waterdicht.

Het basisidee was nochtans goed: om te vermijden dat het boeltje tussen de optredens door zou stilvallen, trokken we een dj-toren op, waar de party people en dansvloerschuimers aller landen de stelten vanonder hun lijf konden dansen.

De inspiratie haalden we in Puurs. Een horde pubers zette het er enkele jaren geleden op een polonaise van jewelste bij het aanhoren van Thors ‘Een tocht door het donker’ – u weet wel, dat joch dat de ether terroriseerde met ‘ ti ti ti ti tidididie’. Een massale rondedans, precies één minuut nadat The Black Box Revelation een concert had gegeven waarvoor zelfs Kim Deal een vetrol veil zou hebben.

Even dachten we dat de lokale rilatinehandelaar gouden zaken had gedaan, maar toen we ons lijf een halfuur later zelf in allerlei bochten stonden te wringen – op ‘t’ Smidje’ van Laïs godbetert - begonnen we brood te zien in het idee. Sindsdien hebben we onze mini-Vlasmarkt, en sinds kort beschikken we ook over een waterdicht systeem (althans, dat denken we toch).

We beten er al enkele weken onze tanden op stuk, tot er plots een combi passeerde.
‘Zeg, en als we nu eens gewoon een zwaailicht naast Keesy monteren?’
‘Een zwaailicht?’

‘Jep, geen ellende meer met gsm’s, of heen-en-weer-geloop. Gewoon inschakelen als hij mag beginnen, of moet stoppen.’

Een zwaailicht dus. Meestal doet het mijn hartje niet echt bonken van plezier, maar nu wel.