Koning Albert waarschuwde de politici in zijn toespraak voor het gevaar van het poujadisme. Maar wat wil die term precies zeggen?

Pierre Poujade (1920–2003) was een Franse politicus die furore maakte als de verdediger van de kleine zelfstandige. Hij presteerde het met zijn naam een nieuw begrip aan de politiek toe te voegen. 'Poujadisme' werd een politieke term, synoniem voor een kleinburgerlijk populisme met een (extreem-)rechts karakter. Het begrip is in Van Dale opgenomen.

Poujade realiseerde in de jaren 1950 een Pim Fortuyn-achtige opgang met zijn Unie ter Verdediging van Handelaars en Ambachtslieden. Het verhaal begon toen hij in 1953 de leiding nam van een groep winkeliers in een gemeente in het departement Lot die zich tegen een belastingcontrole verzette. De controleurs moesten onverrichter zake vertrekken, en de 'revolte' verspreidde zich als een olievlek.

De bescheiden papierfabrikant ontpopte zich tot een volkstribuun die tekeerging tegen de belastingen van de 'vampierstaat' die de 'kleintjes' uitzoog, tegen de 'zakkenvullers' aan de top, tegen de 'apatriden' die la Maison France bezetten.

Die retoriek sloeg aan in het klimaat van onzekerheid als gevolg van de onstabiliteit van de regeringen van de Vierde Republiek, de Franse nederlaag in Vietnam in 1954 en het begin van een nieuwe oorlog in Algerije. Poujade eiste minder belastingen voor de winkeliers en het kleinbedrijf, en regeringen die orde op zaken stelden en voor de rest de mensen 'met rust lieten'.

Met de beroemd geworden slogan Sortez les sortants (gooi de aftredenden eruit) scoorde Poujade een eclatant succes in de verkiezingen van 1956. Zijn partij haalde niet minder dan 52 parlementszetels.

Het was onder de vleugels van die partij dat Jean-Marie Le Pen, de latere oprichter en huidige leider van het extreem-rechtse Front National, voor het eerst in het Franse parlement kwam.

De neergang van Poujade was even snel als haar opmars. In 1958 nam Charles de Gaulle het roer over, en met de grondwet van de Vijfde Republiek kwam een einde aan de stoelendans van regeringen die gemiddeld maar acht maanden duurden. Met de vervulling van de eis van Poujade naar stabiliteit verloor hij het grootste deel van zijn aanhang.