Nederlandse staat toch aansprakelijk voor dood moslims Srebrenica
Foto: reuters
De Nederlandse staat kan toch aansprakelijk worden gehouden voor de dood van drie moslimmannen in Srebenica. Dat bepaalde het gerechtshof in Den Haag dinsdag. De staat moet een schadevergoeding betalen aan de nabestaanden.

In 2008 oordeelde de rechter nog dat alleen de Verenigde Naties verantwoordelijk kunnen worden gehouden, omdat de Dutchbatters in Bosnië onder VN-mandaat vielen. De nabestaanden gingen daarop in hoger beroep.

De zaak is aangespannen door Hasan Nuhanovic, die in 1995 zelf als tolk voor de Nederlanders werkte en die zijn broer en ouders verloor, en nabestaanden van Rizo Mustafic, die als elektricien voor de Nederlanders werkte. Volgens de nabestaanden had hun familie beschermd moeten worden, omdat ze voor de Nederlandse vredesmacht werkten. In plaats daarvan zouden ze zijn overgedragen aan de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Ratko Mladic. Vervolgens zijn ze vermoord.

De rechtbank oordeelde in 2008 dat het, omdat Nederland bevoegdheden aan de VN had overgedragen, niet meer noodzakelijk was om te toetsen of de staat zijn verplichtingen krachtens bijvoorbeeld mensenrechtenverdragen is nagekomen. Het hof is dinsdag tot een ander oordeel gekomen en stelt dat Nederland wel degelijk aansprakelijk gesteld kan worden.

Volgens de VN was Srebrenica in 1995 een veilige zone. Toen de Bosnische Serviërs de stad in juli 1995 innamen, smeekten bijna veertigduizend Bosnische moslims om bescherming. Maar de zeshonderd aanwezige Dutchbatters, in de minderheid en minder goed bewapend dan de tegenstander, waren niet bereid of niet in staat om de Bosnische Serviërs tegen te houden toen die de mannen en jongens begonnen te scheiden van de vrouwen en meisjes. In vijf dagen tijd werden bijna achtduizend moslimmannen en -jongens vermoord.

Mladic staat momenteel bij het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag terecht voor onder meer de massamoord in Srebrenica.