De Spaanse schrijver Jorge Semprún is dinsdagavond op 87-jarige leeftijd overleden in Parijs. Dat hebben het Spaanse ministerie van Cultuur en zijn familie dinsdagavond meegedeeld. Semprún schreef vooral in het Frans.

Semprún stamde uit een Madrileense familie met politieke wortels. Zijn grootvader was verschillende keren premier in het begin van de twintigste eeuw. Een oom schopte het tot minister van Binnenlandse Zaken.

In 1939, aan het einde van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939), vluchtte de Republikeinse Semprún samen met zijn familie voor het Franco-regime en trok hij naar Parijs. In de oorlogsjaren sloot de hij er zich aan bij het Franse verzet. In 1943 rekende de Gestapo hem in en werd hij naar het concentratiekamp Buchenwald gestuurd.

Semprún overleefde die verschrikking en schreef er later boeken over zoals 'Wat 'n mooie zondag!'. 'De Grote Reis' vertelt het verhaal van de 'treinreis' in een veewagen naar Buchenwald.

Toch nam Semprún niet onmiddellijk na de oorlog de pen op. Eerst was hij vanuit Parijs actief in de clandestiene Spaanse communistische partij PCE. Maar in 1964 werd hij uitgesloten van het uitvoerend comité van de PCE, waarop hij zich tot de literatuur wendde. Andere bekende werken zijn 'De tweede dood van Ramón Mercader' en 'Schrijven of leven'.

Van 1988 tot 1991 was Semprún minister van Cultuur in de regering van de socialistische premier Felipe Gonzalez.


Volgens kleinzoon Thomas Landman ging Semprún 'vredig heen' in zijn Parijse woning.