'Slechts 20 procent van aardappelplanten vernietigd'
Foto: gia
'Slechts 20 procent van de aardappelplanten op het Ggo-aardappelveld zijn verwijderd. Dat zegt het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO). De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat de resultaten van de veldproef nog steeds representatief zullen zijn.

Zo'n 150 actievoerders hebben zondagmiddag het veld met ggo-aardappelen zwaar beschadigd. 'Wetenschappelijk is dit een ramp', zegden de betrokken wetenschappers. Maar niet alle werk is noodzakelijk verloren, klinkt het nu.

'Ongeveer 20 procent van de aardappelplanten is uit de grond gehaald, maar slechts een deel daarvan zijn de resistente exemplaren.' verklaart Bart Van Droogenbroeck van het ILVO. De genetisch gemanipuleerde lijnen werden afgewisseld met gewone lijnen, waardoor de actievoerders niet konden weten wat ze juist vernietigden.'

Het veld krijgt nu water en we wachten af of sommige beschadigde planten zich toch nog kunnen herstellen', besluit Van Droogenbroeck. Hij is er echter van overtuigd dat de resultaten van het onderzoek nog steeds representatief zullen zijn.'

250.000 euro van Vlaamse regering

Minister van Innovatie en Overheidsinvesteringen Ingrid Lieten (SP.A) heeft alvast laten weten dat de Vlaamse regering 250.000 euro vrijmaakt om het aardappelonderzoek voort te zetten. 'Dit in afwachting van de actie die het VIB zal ondernemen om de schade te verhalen op de actievoerders', klinkt het in een persbericht.

'De wetenschappers wilden nagaan of deze aardappelen werkelijk meer opbrengst zouden leveren en toch minder gebruik maken van pesticiden. Laat hen dan ook toe dat te onderzoeken. Jaarlijks moeten Belgische landbouwers meer dan duizend ton pesticiden gebruiken om de aardappelziekte te bestrijden, en dat brengt gezondheidsproblemen met zich mee zoals kanker en aantastingen van het zenuwstelsel. Dit onderzoek wil dat net voorkomen,' aldus Lieten.

De minister merkte nog op dat ze de wetenschappers looft 'die wel geweldloos geprotesteerd hebben vóór deze proef. Zij laten zien dat een echt publiek debat voeren iets heel anders is dan het gewelddadig vernielen van een aardappelveld.'