Eén op de zes laatstejaars scoort ondermaats voor Nederlands
Eén op de zes leerlingen bereikt aan het einde van het secundair onderwijs niet de vereiste minimumdoelen voor Nederlands. Dat blijkt uit een peiling bij 3.957 leerlingen in 150 Vlaamse scholen, schrijven Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg en het tijdschrift Klasse.

Het kabinet onderwijs organiseert sinds 2002 geregeld peilingen. Met deze peiling Nederlands in mei 2010 was voor het eerst de derde graad van het secundair onderwijs aan de beurt.

Een representatieve steekproef van leerlingen werd onderworpen aan schriftelijke luitser- en leestoetsen en aan een spreektest. Spelling kwam daarbij niet aan bod.

In het algemeen secundair onderwijs (aso) bereikt zeven procent van de leerlingen niet de eindtermen voor lezen, luisteren en spreken. In het kunst- (kso) en technisch secundair onderwijs (tso) is dat liefst een kwart tot bijna een derde van de leerlingen.

Solliciteren

Gemiddeld behaalt 83 procent van de leerlingen de getoetste eindtermen voor lezen en luisteren. Dat betekent dat vijf op de zes het vastgelegde minimumdoel bereiken. De beste scores werden vastgesteld in het aso met optie klassieke talen (score 97 procent).

Er zijn grote verschillen binnen het tso tussen studiegebieden. Leerlingen uit mechanica-elektriciteit zijn minder goed in het solliciteren.

Vragen over zichzelf

pmerkelijk zijn de goede prestaties van de leerlingen kso bij het beantwoorden van vragen over zichzelf. 76 procent bereikt deze doelstelling in het kso tegenover 63 procent in het tso en 68 procent in het aso. Binnen aso hebben vooral leerlingen moderne talen en wetenschappen hier moeite mee.