Zelfmoordterrorist kan het navertellen: 'Een moment van geluk'
Foto: BBC
De 14-jarige Pakistaanse jongen Umar Fidai dacht dat hij naar het paradijs ging. Maar zijn zelfmoordaanslag begin deze maand mislukte en hij belandde zwaargewond in de handen van dokters, onder het toezicht van de autoriteiten, nog steeds vechtend voor zijn leven. Hij heeft inmiddels spijt van zijn actie en deed zijn verhaal aan de BBC.

Het doelwit van Fidai en een andere tiener was een soefi-tempel in hun eigen Pakistan. 'Het plan was dat Ismail zichzelf opblies nabij de gebedsplaats en dat ik zou wachten op de ziekenwagens om dan mijn explosieven te ontsteken en nog meer mensen om te brengen', vertelt hij vanop zijn ziekbed. 

Ismail slaagde in zijn opzet en sleurde een veertigtal bidders mee de dood in. De explosieven van Fidai lieten het echter afweten en bij de relatief lichte explosie verloor de tiener zijn linkerarm en werd zijn buik opengereten. Zoals hem door de taliban opgedragen, greep hij zodra hij voldoende bij zijn positieven was naar een granaat in zijn zak, maar de politie zag dit en schoot Fidai in de arm, waardoor zijn poging definitief strandde.

'Het leken goede mensen'

Umar Fidai, een jongen uit een bergstadje in het stammengebied in het noordwesten van Pakistan, was vijf maanden eerder aangesproken door een lid van de taliban, die alomtegenwoordig zijn in het gebied. 'Hij zei me dat studeren geen zin had. Hij vertelde me dat er niets beter is dan het paradijs, en dat ik er zou geraken als ik ongelovigen zou doden.'

Fidai geraakte overtuigd en trok naar de trainingskampen. 'De taliban bidden de hele dag en lezen de koran, ik dacht dus dat het goede mensen waren', klonk zijn motivatie. De 14-jarige jongen leerde samen met drie andere tieners met wapens en explosieven om te gaan. 

'Het spijt me verschrikkelijk'

De taliban maakte Fidai altijd wijs dat hij ongelovigen in Afghanistan zou vermoorden, maar uiteindelijk werd hij uitgestuurd naar een gebedsplaats in Pakistan. 'Ik vroeg hen waarom, en ze zeiden me dat deze gelovigen nog erger waren dan ongelovigen. Ik geloofde hen.'

Fidai omschreef het ogenblik waarop hij zijn explosieven tot ontploffing bracht als 'een moment van geluk'. Het was pas toen hij ontmanteld werd en toen de dokters zich over hem ontfermden dat hij zijn fout inzag. 'Ik ben zo dankbaar dat ik van de hel gered ben. Ik heb veel pijn, maar ik besef dat heel veel mensen nog zwaarder gewond in het ziekenhuis liggen. Het spijt me verschrikkelijk wat ik en Ismail hebben aangericht', klinkt het nu.

'We zijn in de fout gegaan door kinderen en ouderen te doden. Ik weet nu dat zelfmoordaanslagen onislamitisch zijn. Ik hoop dat mensen mij kunnen vergeven.'

Fidai heeft sinds de aanslag niets meer van zijn familie gehoord. 'Ik wil me verontschuldigen bij mijn moeder', zegt de tiener, die nog steeds niet buiten levensgevaar is. De jongen is bovendien bang dat de taliban hem zullen komen vermoorden omdat zijn opdracht mislukt is.