Het Hongaarse parlement heeft maandag een nieuwe grondwet aangenomen. Dat gebeurde met 262 stemmen voor, 44 stemmen tegen en een onthouding.

De nieuwe grondwet is op de leest geschoeid van de ultraconservatieve premier Viktor Orban en zijn partij Fidesz, die in het parlement over een tweederde meerderheid beschikt.

De grondwet is controversieel omdat onder meer het huwelijk vastgelegd wordt als een exclusieve verbintenis tussen man en vrouw, het christendom het fundament van de natie geldt, de forint wordt vastgelegd als Hongaarse munt en omdat er ook een ontkenning van de Hongaarse verantwoordelijkheid voor de Holocaust in opgenomen is.

Voorts krijgen zware criminelen levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating en bevat ze een lijst met verdiensten waar Hongaren constitutioneel trots op moeten zijn.

Volgens de regering moet de nieuwe grondwet zorgen voor de definitieve overgang van het communisme naar democratie, voor een gezonde economie en moet ze ervoor zorgen dat het land gespaard blijft van politieke schandalen zoals in de vorige regering.

De tegenstanders van de grondwet zijn vooral de linkse en liberale oppositie, juristen en burgerrechtenactivisten. Volgens hen werd de tekst te snel door de strot van de burger geramd zonder diezelfde burger te laten participeren in het makingsproces. Critici wijzen er ook op dat de nieuwe grondwet de mensenrechten beperkt. Ze vrezen bijvoorbeeld dat de bescherming van het embryo, zoals ze in de grondwet opgenomen werd, een voorbode is op een beperking of zelfs verbod op abortus.