Landbouw belangrijker voor vorming fijn stof dan dieselwagens
Foto: pdw
Landbouw heeft een grotere invloed op de vorming van fijn stof dan dieselwagens. Dat blijkt woensdag uit een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Het uitgestoten dieselroet is wel een pak schadelijker voor de gezondheid.

'Als België de Europese fijnstofnormen wil halen, dan wordt best iets gedaan aan de ammoniakuitstoot die voornamelijk in de landbouw geproduceerd wordt uit dierlijk mest', zegt onderzoeker Stijn Janssen van VITO. 'Ammoniak speelt namelijk een sleutelrol bij de vorming van fijn stof. Als je erin slaagt om die uitstoot te reduceren, dan zal dat vormingsproces ook ten dele stilvallen.'

Dieselroet draagt slechts voor een klein deel bij tot de vorming van fijn stof, maar dat betekent niet dat de impact van dieselwagens geminimaliseerd mag worden. 'Het dieselroet is immers veel schadelijker voor de mens. De beperking ervan zal dus amper helpen bij het halen van de Europese fijnstofnormen, maar zal zeker een positief effect hebben op de volksgezondheid.'

Dat betekent dus ook dat de Europese normen weinig rekening houden met de gezondheidsimpact. 'Inderdaad, op het moment dat de normen werden opgesteld, was er onvoldoende kennis over fijn stof', aldus Janssen. 'Pas sinds enkele jaren weten we dat het ene bestanddeel schadelijker is dan het andere.'

De studie van VITO, die woensdag aan bod kwam in het Radio 1-programma Peeters & Pichal, werd uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Dat de resultaten worden bekendgemaakt op de dag dat België voor het EU-Hof wordt gedaagd wegens het niet-naleven van de fijnstofnormen, is volgen Janssen puur toeval.

'Landbouw levert nu al grote inspanningen'

'We waren er natuurlijk al langer van op de hoogte dat wij als sector een rol spelen bij de uitstoot van fijn stof', zegt woordvoerster Anne-Marie Vangeenberghe van de Boerenbond. 'Onze sector is verantwoordelijk voor 93 procent van de uitgestoten hoeveelheid ammoniak. Maar in vergelijking met 1990 hebben we onze uitstoot wel al met 56 procent teruggedrongen. Dat gebeurde bijvoorbeeld door filters te installeren in de stallen of door een andere manier van bemesting toe te passen.'

'We hebben de voorbije twintig jaar dus al grote inspanningen geleverd. Dat wil niet zeggen dat we verder niets meer willen doen, maar het moet natuurlijk wel economisch haalbaar blijven', klinkt het nog.