De operator van de getroffen kerncentrale in Fukushima is zaterdag gestart met het pompen van zoet water in de oververhitte reactor 2. Dat maakte operator Tepco zelf bekend.

Het water werd door een dertiental brandweerwagens getransporteerd vanuit een nabijgelegen dam. Aan het water werd ook boorzuur toegevoegd. Eerder probeerde Tepco de reactoren af te koelen met zeewater, maar dat veroorzaakte roest.

Intussen tracht het nog aanwezige personeel in de kerncentrale op zijn beurt de verlichting en stroom in de controlekamer van reactor 2 te herstellen. Dat is nodig om het koelsysteem opnieuw te kunnen opstarten.

Dat koelsysteem begaf het na de zware aardbeving en daaropvolgende tsunami van 11 maart in het noorden van Japan.

In de buurt van de vier reactoren raakte het water besmet door straling. Er wordt dan ook gevreesd voor lekken. In het stilstaande water in de kelder van het gebouw werden acht verschillende radioactieve bestanddelen aangetroffen, zo blijkt uit analyses die zaterdag werden bekendgemaakt.

De hoogste straling werd gemeten in het water van reactor 1: cesium-137, een radioactieve isotoop die ook aangetroffen werd bij de kernramp van Tsjernobyl. Het is in Fukushima aanwezig in hoeveelheden van 1,8 miljoen becquerel. Deze stof heeft een halveringstijd van dertig jaar. In het water werd ook cesium 134 en 136 aangetroffen en iodine-131.
 

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig