De regerende centrumrechtse coalitie in Estland heeft zondag bij de parlementsverkiezingen 56 van de 101 zetels binnengehaald. Dat blijkt uit de definitieve resultaten van de kiescommissie.

De liberale Hervormingspartij van premier Andrus Ansip en de conservatieve coalitiepartner IRL (Unie van Pro Patria en Res Publica) behaalden respectievelijk 33 en 23 zetels.

De twee oppositiepartijen weten samen maar 45 zitjes in het parlement te veroveren: 26 voor de Centrumpartij en 19 voor de Sociaaldemocraten.

De verkiezingen zijn de eerste sinds de Baltische republiek 1 januari toetrad tot de eurozone. 

Estland is net als andere Europese landen door de economische crisis zwaar getroffen. De productie viel in 2009 met veertien procent terug en de werkloosheid steeg tot twintig procent. Door een sterke groei van de export trekt de economie weer aan, al is het werkloosheidscijfer van veertien procent nog een van de hoogste in de Europese Unie.

De regering-Ansip heeft de crisis echter weten te doorstaan zonder een beroep te hoeven doen op internationale hulp, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Letland. Door strenge bezuinigingsmaatregelen is het financieringstekort nu een van de laagste in de EU.