Hier volgt een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in Libië, van het moment dat Moammar Kadhafi in 1969 aan de macht kwam tot en met 21 februari 2011.

1969: De 27-jarige legerkapitein Moammar Kadhafi geeft leiding aan een vreedzame staatsgreep die een einde maakt aan de monarchie. Kort daarna wordt hij de onbetwiste heerser van Libië.

Jaren zeventig: Kadhafi wil een socialistisch systeem installeren en voert verregaande veranderingen door, waaronder het nationaliseren van bedrijven.

Jaren tachtig
: Kadhafi steunt steeds vaker groeperingen die door het Westen worden bestempeld als terreurorganisaties, zoals de IRA en diverse radicale Palestijnse facties. In
1986 wordt Libië verantwoordelijk gehouden voor de bomaanslag op een discotheek in Berlijn, waar veel Amerikaanse militairen kwamen. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen bombarderen Libië, waarbij het adoptiefdochtertje van Kadhafi wordt gedood.

1988: Vermoedelijke Libische agenten plaatsen een bom in een toestel van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij PanAm. Boven het Schotse stadje Lockerbie explodeert PanAm Flight 103; 270 mensen, overwegend Amerikanen, vinden de dood.

1999: In een poging zijn blazoen te zuiveren levert Kadhafi twee Libiërs uit die verdacht worden van de Lockerbie-aanslag.

2001: Een Schots hof in het Nederlandse Kamp Zeist veroordeelt Abdel Baset al-Megrahi, een van de Lockerbie-terroristen, tot een levenslange gevangenisstraf. De andere verdachte wordt vrijgesproken.

2003: Libië neemt de verantwoordelijkheid voor de Lockerbie-aanslag op zich om op deze wijze uit zijn isolement te breken. Het land belooft tien miljoen dollar aan schadevergoedingen te betalen aan de nabestaanden van de 270 slachtoffers en zegt tevens toe al zijn massavernietigingswapens te ontmantelen.

2009: Libië viert dat Kadhafi veertig jaar aan de macht is. Al-Megrahi wordt uit humanitaire overwegingen vrijgelaten uit een Schotse gevangenis, omdat hij prostaatkanker heeft. In Libië wordt hij als een held verwelkomd.

16 februari 2011: Oproeragenten raken slaags met demonstranten in Benghazi, de tweede stad van het land. Betogers steken het hoofdkantoor van de veiligheidstroepen in brand. In twee andere steden wordt ook brand gesticht bij politiebureaus. De regering van Kadhafi wil de onrust wegnemen door de ambtenarensalarissen te verdubbelen en 110 vermoedelijke islamitische strijders vrij te laten.

17 februari 2011: In weerwil van het harde optreden van de autoriteiten gaan demonstranten in vijf steden de straat op. Zeker twintig van hen worden gedood bij gevechten met regeringsaanhangers. Voor het eerst wordt gemeld dat internet uit de lucht is.

18 februari 2011: Veiligheidstroepen slaan de groeiende protesten hard neer. In Benghazi proberen betogers een protestmars te houden naar een van de residenties van Kadhafi en worden 35 mensen gedood.

19 februari 2011: Regeringstroepen openen het vuur op rouwenden die terugkeren van een begrafenis van demonstranten in Benghazi. Zeker vijftien mensen vinden de dood. Commando's vallen honderden betogers, onder wie advocaten en rechters, aan, die hun kamp hebben opgeslagen voor de rechtbank in de stad. De autoriteiten sluiten in het hele land internet af en brengen Libië zo steeds verder in een isolement.

20 februari 2011
: De demonstraties breiden zich uit naar de hoofdstad Tripoli. Zeker zestig mensen worden gedood, waarmee het totale dodental in vijf dagen tijd stijgt tot meer dan tweehonderd. De zoon van Kadhafi , Seif al-Islam, zegt op de staatstelevisie dat zijn vader aan de macht blijft en de steun van het leger geniet. Het leger 'vecht tot de laatste man, de laatste vrouw, de laatste kogel', zegt hij.

21 februari 2011: Er komen steeds grotere scheuren in het regime van Kadhafi. Diplomaten in het buitenland en de minister van justitie dienen hun ontslag in, luchtmachtpiloten deserteren en na gevechten in Tripoli staat het belangrijkste regeringsgebouw in brand. Sommige legereenheden sluiten zich in Benghazi aan bij de demonstranten. Die zeggen daarop de stad onder controle te hebben. Volgens Human Rights Watch zijn er zo'n tweehonderd doden gevallen.

22 februari 2011: Moammar Kadhafi spreekt op de nationale staatstelevisie zijn landgenoten - en de hele wereld - toe. Hij maakt duidelijk dat hij niet aan opstappen denkt. Zijn ellenlange speech duurt meer dan een uur. Intussen worden buitenlanders massaal geëvacueerd.

24 februari 2011: Kadhafi verliest steeds meer grip op zijn land. Eerst werd de oostelijke stad Benghazi ingenomen door manifestanten, en nu wankelt ook het westen. Hij kan enkel in de hoofdstad Tripoli nog standhouden. In de stad Al-Zawiya, zo'n vijftig kilometer ten westen van Tripoli, richten Kadhafi-aanhangers een bloedbad aan. Opnieuw spreekt hij zijn landgenoten toe op de staatstelevisie. Ook deze toespraak, via de telefoon, is warrig. 'Het is duidelijk dat Al-Qaeda verantwoordelijk is voor de onrust', zei hij. Hij noemde de huidige onrusten in zijn land 'een farce'.