Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) is uiteraard niet opgezet met de mail van Ingrid Lieten (SP.A) waarin ze haar collega-ministers van CD&V en N-VA omschrijft als 'uit teflon en beton opgetrokken karikaturen'. Volgens CD&V-partijvoorzitter Wouter Beke zit Lieten 'slecht in haar vel'.

"Ik heb al veel meegemaakt in de politiek, maar het was toch even schrikken toen ik die mail kreeg", aldus Peeters in "De ochtend" op Radio 1. "Deze mail is erover en we zullen het er dan ook straks over hebben in de Vlaamse regering".

Volgens Peeters excuseerde Lieten zich voor de mail en distantieert ze zich van de inhoud. "Haar naam staat wel onder de mail, maar ze staat er niet achter", dixit de Vlaamse regeringsleider, die de verklaringen wel veroordeelde - "dit is een kapitale fout" of "de uitspraken zijn er ver over en moeten worden gecorrigeerd" - maar tegelijkertijd ook vroeg het voorval niet te overroepen.

De Vlaamse regering buigt zich straks over de affaire. Volgens Peeters hebben Lieten en de sp.a al laten weten dat ze achter VIA staan, maar de regering wil dat vrijdag ook horen en verifiëren. "Het is best dat Lieten straks wat uitleg geeft", luidde het.

Peeters veroordeelde vrijdag ook nog een reeks andere scherpe uitvallen op federaal vlak, van de PS’ers Laurette Onkelinx en Philippe Moureaux, maar ook van zijn partijgenoot Rik Torfs. Dergelijke uitlatingen brengen niets bij, meent hij.

Wouter Beke: 'Slecht in haar vel'

De uitspraken die Vlaams viceminister-president Ingrid Lieten doet in een uitgelekte mail, zijn 'bijzonder pijnlijk', zegt CD&V-voorzitter Wouter Beke. 'Ze zijn met name pijnlijk voor haar eigen partij en haar SP.A-collega's in de Vlaamse regering. Blijkbaar zit ze slecht in haar vel en heeft ze het gevoel dat de andere Vlaamse regeringspartijen een stuk sterker in hun schoenen staan', aldus Beke.

Voor de CD&V is het vooral belangrijk dat Lieten zich 'voortaan ondubbelzinnig schaart achter het Vlaamse regeerakkoord en Vlaanderen in Actie'. 'Loyauteit is essentieel in een regeringsploeg. Iedereen moet meewerken aan de uitvoering van wat afgesproken is', besluit Beke.