Fin Martti Ahtisaari moet ons uit politieke impasse halen
Martti Ahtisaari Foto: afp
Robert Mnookin, onderhandelingsgoeroe van Harvard University, raadt in een interview in De Tijd en L’Echo aan om een buitenlandse bemiddelaar aan te stellen om uit de politieke impasse te geraken. Voor deze positie denkt hij aan Martti Ahtisaari, ex-president van Finland.

De Amerikaanse professor Robert Mnookin leidt het ‘Program on Negotiation’ aan de rechtenfaculteit van de universiteit Harvard. Hij heeft zich vooral gespecialiseerd in het veld van ‘conflict resolution’ en vindt dat er in België een compromisvoorstel moet worden gelanceerd van een niet-betrokken buitenstaander.

‘Mijn suggestie is: stel een neutrale bemiddelaar aan, iemand die noch Nederlands-, noch Franstalig is. Het is best zelfs iemand die van buiten België komt, die beschouwd wordt als neutraal en die geen enkele politieke ambitie in België heeft, bij voorkeur iemand met veel ervaring in onderhandelingen en die gerespecteerd wordt door alle betrokkenen’, legt Mnookin uit.

De Amerikaanse professor schuift daarvoor Martti Ahtisaari, ex-president van Finland, naar voor. Ahtisaari kon in het verleden al succesvol bemiddelen in Namibië en Kosovo en kreeg in 2008 ook de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn inzet in verschillende vredes- en bemiddelingspogingen. Harvard eerde hem onlangs nog met de Great Negotiator award.

Mnookin relativeert overigens de impact van 249 dagen zonder regering: ‘Een nationale regering is in voorspoedige tijden relatief onbelangrijk. De economie draait nog. De lokale regeringen functioneren onder de federale regering, en daarboven is er de Europese Unie.’

Nog volgens Mnookin ondermijnen verschillende factoren het Belgische politieke systeem: er zijn te veel betrokkenen, de coalities verschuiven continu en er zijn geen charismatische leiders die de boel samenhouden.

‘Het politieke systeem is zo ontworpen dat er twee volken zijn die gescheiden leven. Er is weinig lijm die België samenhoudt. Kan het land splitsen? Ja, dat kan de komende tien jaar gebeuren. Is het imminent? Nee, daarvoor is er te weinig motivatie.’