Op het Zuid-Italiaanse eilandje Lampedusa is de noodtoestand van kracht. Sinds woensdagavond zijn zo'n vijfduizend immigranten toegestroomd op het kleine eiland, halfweg tussen Sicilië en Tunesië.

Het zijn vooral Tunesiërs die hun land zijn ontvlucht na de Jasmijnrevolutie. Een Tunesiër is omgekomen toen een boot met twaalf opvarenden zonk. De regering-Berlusconi spreekt van een humanitaire noodsituatie en vraagt de Europese Unie om bijstand.

De afkondiging van de noodtoestand stelt de overheid in staat sneller maatregelen te nemen. ‘De beslissing om de humanitaire noodtoestand af te kondigen geeft de Civiele Bescherming onmiddellijk de mogelijkheid om de nodige maatregelen te nemen om het fenomeen te controleren en de burgers uit Noord-Afrikaanse landen te helpen’ zo meldt een communiqué van de regering.

De Civiele Bescherming heeft een crisiscel opgericht die zich specifiek met het probleem zal bezighouden.

Lampedusa, dat in het nabije verleden reeds overspoeld werd met zogenaamde 'illegalen', vrees voor de aanwezigheid van terroristen, want gedurende de volksopstand tegen president Ben Ali zijn heel wat gevangenen kunnen ontsnappen.

Om de toestand op het eiland wat te verlichten, werd een luchtbrug ingesteld naar onder meer Sicilië, waar de illegalen in asielcentra werden ondergebracht in afwachting van de behandeling van hun dossier.

De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Roberto Maroni (van de xenofobe partij Lega Nord), zei woensdag dat Italië vreest voor een infiltratie van 'terroristen' die bij de revolutie in Tunis uit de gevangenis zijn ontsnapt. Al had hij het even later dan weer over 'misdadigers', die 'onder het mom van politiek vluchteling', naar Europa komen.