'Het is wel oorlog, heren'
Foto: DBA
Volgende vrijdag opent in Bozar een grote overzichtstenstoonstelling van Luc Tuymans, de eerste op Europees grondgebied. Het geeft stress, want Tuymans heeft er al een redelijk waanzinnig jaar opzitten met onder meer een tournee door de VS, tentoonstellingen in Brugge, Moskou, Malmö en Peking, vier publicaties en tot slot ook nog een mozaïek op het plein voor het nieuwe Museum aan de Stroom in Antwerpen.

En toch schilderde u in 2010 ook 25 doeken.

'Je ziet dat veel kunstenaars tijdens zo'n druk jaar in een cul de sac terechtkomen', vertelt hij, tussen een slok koffie en de volgende Marlboro. 'Ik niet. En weet je waarom? Omdat ik nooit - nooit! - van het succes geniet. Mijn moeder heeft me zo opgevoed: het gaat nu goed, maar binnen dertig seconden kan het dak op ons hoofd vallen. Dat krijg je er ook bij mij niet uit, het is altijd: op naar het volgende. Als ik voor een onmenselijke opdracht sta, zal ik die op onmenselijke wijze uitvoeren. Tot iedereen zijn bek houdt. Dát is het motto.'

'Mijn tentoonstelling onlangs in ZenoX kreeg goede kritieken, maar dat is alweer achter de rug. Dat leidt tot angst. Elke dag. Zal het me nog opnieuw lukken? Daar zitten véél kunstenaars mee, het is de stress van de pure creatie. Ik slaap ook niet goed, al sinds mijn kindertijd niet. Een nachtrust van vier uur is al fantastisch. Maar meestal lukt dat niet. (lacht) Mezelf bewusteloos zuipen, da's het enige wat helpt.'


Maar van dat succes in Amerika geniet u dus niet? Waarvan dan wel?

'Van het schilderen zelf natuurlijk. Anders zou ik het niet volhouden. Jacques Brel heeft dat mooi verwoord: “Talent is datgene wat je zeer graag doet.,'


Hoe ontstaat zo'n schilderij eigenlijk bij u? Valt dat uit te leggen?

'Meestal vertrek ik van een atmosferisch beeld en dat probeer ik dan langzaam aan te scherpen. Maar soms bots ik ook gewoon op beelden die mij fascineren, of die ik niet begrijp, of waar ik vroeger al eens op was gebotst. De kamers die nu in ZenoX hangen zaten acht jaar geleden al in mijn hoofd. Het moment waarop je plots weet wat je precies wilt doen is echt fantastisch. Maar bij mij vraagt het een lange, moeilijke voorbereiding. Voor ik bijvoorbeeld aan mijn reeks over de jezuïeten begon, heb ik heel veel gelezen.'

'Als ik klaar ben met mijn research, als ik weet wat ik wil doen, zet ik het wel in één dag op doek. Langer kan ik me niet concentreren. En als het niet goed zit, begin ik een dag later opnieuw. Iedereen doet het op zijn manier, maar ik heb die snelheid en intensiteit nodig.'

Staat u ondertussen waar u, toen u 25 jaar geleden voor het eerst exposeerde, had willen staan?

'Ik verbaas me er nog elke dag over hoe snel het allemaal gegaan is. In het begin stond ik nog drie nachten per week als portier aan de deur van een nachtclub. Ik ben daar na elf jaar mee gestopt, omdat dat nachtwerk mijn persoonlijkheid begon te vervormen. Ik werd zélf agressief.'

'Vooral in Gent was het altijd iets. Ik dacht: “leuk studentenstadje,. Dat viel aardig tegen. Er doken daar 's nachts vaak groepjes paracommando's op, altijd problemen. Op een ochtend wandel ik het toilet buiten en zie ik op de dansvloer zo'n klein paracommandoke uithalen naar een jong koppeltje. Ik was hem nét voor. Ik heb hem in zijn kuiten gestampt en ben erop gevlogen. Er stond geen tand meer in zijn mond. Toen wist ik: we zijn de controle even kwijtgeraakt. Tijd om ermee op te houden.'

'Aan de Carré in Willebroek heb ik ooit een collega weten afgeschoten worden. Wij hadden daar als eerste dancing op het Europese continent metaaldetectors, om de Libanese diamantairs een beetje in de hand te kunnen houden. Mijn collega Christiano - even oud als ik, zwarte band karate, niet echt slim - probeerde iemand te overtuigen om zijn revolver af te geven. Toen hoorden we een knal: het was niet gelukt, Christiano's hersenen hingen tegen de muur.'

U zegt dat uw werk wortelt in de werkelijkheid. Ook in uw familiale werkelijkheid?

'Natuurlijk. Mijn ouders hadden een erg ongelukkig huwelijk. Omdat huwelijken altijd een gevolg zijn van de omstandigheden, zoals alles en iedereen, ben ik dan maar kwaad geworden op de wereld en niet op hen. Zij waren ook maar het product van hun generatie. Ik heb ooit, samen met mijn zus, aan mijn ouders gevraagd om te scheiden. Waarop zij zeiden: “Dat gaat niet, omwille van de kinderen., Waarop wij: “Maar wij vragen het!, Die generatie dééd dat niet. Charmant, maar zo hebben ze zichzelf wel om zeep geholpen, natuurlijk. Afzonderlijk waren dat twee uitstekende mensen, niets op aan te merken, maar de combinatie was slecht.'

Uw vaders kant van de familie was ook Vlaams-nationalistisch. U hebt tóch iets gemeen met Bart De Wever!

'De man naar wie ik genoemd ben, mijn oom, is met een bajonet in zijn buik gestorven voor Berlijn, als mascotte van de SS. Terwijl mijn moeders kant van de familie actief was geweest in het verzet. Tijdens het avondmaal was het dus elke keer koekenbak.'

'Ik zelf ben een grote tegenstander van de splitsing van België. Dit onooglijke land heeft met zijn extreme diversiteit zoveel te bieden, zeker op cultureel vlak. Natuurlijk moet niet alles blijven zoals het is. Maar we raken er ook niet uit met dat containerdenken aan de twee kanten van de taalgrens. Ik ben ervan overtuigd dat ook 85 procent van de Vlamingen niet wil dat dit land uit mekaar valt.'

Maar meer dan dertig procent van die Vlamingen heeft wel op de N-VA gestemd.

'Zelfs in mijn vriendenkring. Daar word ik boos van. Men heeft veel meer op een persoon dan op een gedachtegang gestemd. Maar Bart De Wever is en blijft wel een separatist, dat verzuurt het hele debat met de Franstaligen. Als je hem zijn gang laat gaan, breken we af waar mensen meer dan zeventig jaar voor gevochten hebben. Dan gaat de sociale zekerheid eraan. Mij zal dat worst wezen - ik heb geld genoeg - maar wie hier elke dag door de straat wandelt, zal het geweten hebben.'

'(boos) Waar zit het staatsmanschap in De Wever? Waarom geven al die politici van het kaliber van Johan Vande Lanotte of Jean-Luc Dehaene er ontmoedigd de brui aan? Omdat ze het ook niet meer begrijpen.'

'Waar komt dat irrationele Vlaamse minderwaardigheidscomplex toch vandaan? Op economisch en cultureel vlak staan we aan de internationale top en toch wordt onze generositeit almaar kleiner. Alleen het winstbejag en de kleinheid groeien. Het is altijd de schuld van de anderen. (nog bozer) Zo'n Siegfried Bracke! Daar past maar één zin bij, ooit uitgesproken door de Duitse schilder Max Liebermann, in 1938: “Ik kan nooit zoveel eten als ik zou kunnen kotsen., Wat een verwerpelijke figuur!'

Om af te ronden, wat zijn uw plannen voor de komende tien jaar? Hebt u nog een project?

'Er is slechts één stad op deze hele wereldbol waar ze mij nog altijd niet moeten: Parijs. Ze staan daar geweldig achter, op alle vlakken. Ze zijn daar nog steeds in de ban van hun achterlijke, megalomane idiotie. Terwijl we de grootste ellende van de twintigste eeuw aan die mensen te danken hebben: zonder het Verdrag van Versailles hadden we misschien zelfs geen Tweede Wereldoorlog gehad. En toch doen ze daar maar door, schaamteloos.'

En dus?

'En dus zal ik Parijs langs de achterkant, via de aars, binnendringen. Dat is mijn zevenjarenplan. Want Parijs is natuurlijk nog altijd een culturele hoofdstad, dat kan ik dus niet zo laten. Dat oud zeer moet rechtgezet worden. We zijn dat zeer strategisch aan het voorbereiden. Om zes uur 's morgens wil ik in een open wagen die lege stad binnenrijden. Ik zal die stad met militaire precisie veroveren. Frankrijk zal zwichten.'

Het hele interview over de kunstmarkt, zijn inspiratie en de Antwerpse taxichauffeurs vindt u in de weekendkrant van De Standaard