Indien de onderhandelende partijen effectief zouden beslissen eerst een beperkt pakket staatshervorming door te voeren, dan moeten daar uiteraard niet meteen alle voordelen voor Brussel in vervat zitten. Dat heeft Brussels minister-president Charles Picqué (PS) vrijdagmiddag gezegd op een kleine nieuwjaarsdrink voor de pers. Hij toonde zich ook tevreden dat "elke redelijke mens intussen de nood aan een herfinanciering van Brussel erkent".

Het was PS-voorzitter Elio Di Rupo die het voorstel lanceerde om de staatshervorming in een eerste fase te beperken tot een oplossing voor BHV en de herfinanciering van het Brussels gewest. De socialist ziet immers heel wat sociaaleconomische uitdagingen die dringend moeten worden aangepakt.

Hoewel de denkpiste intussen geen lang leven beschoren lijkt, beaamde ook partijgenoot Picqué de nood aan vooruitgang. Hij herhaalde onder meer zijn bezorgdheid over de demografische groei in het gewest en verwees naar de engagementen die de federale regering voor haar val nog beloofde op vlak van de Brusselse veiligheidsproblematiek.

Een eventueel eerste pakket staatshervorming moet voor Picqué niet meteen alle voordelen voor Brussel bevatten, al moet een oplossing voor BHV natuurlijk wel "rekening houden" met de zaak van de niet-benoemde burgemeesters en de rechten voor Franstaligen in de rand. Een overgangsperiode voor de faciliteiten is voor hem bespreekbaar, "maar dat betekent natuurlijk niet dat die na afloop kunnen verdwijnen".

Hoe dan ook zal Picqué op vlak van financiering steeds naar het totaalplaatje kijken. Ook de toekomstige omvang van het investeringsfonds Beliris en de federale tussenkomst in de veiligheidsmaatregelen zullen dus mee in rekening genomen worden. En ook de kosten van de dagelijkse stroom van pendelaars richting Brussel mag men natuurlijk niet vergeten.

Daar tegenover stelt de minister-president wel de garantie dat het hoofdstedelijk gewest zeker niet om een "blanco cheque" vraagt. "We zullen het extra geld besteden in domeinen die vooraf overlegd zijn met de andere beleidsniveaus", verduidelijkte hij. "Brussel gooit zijn geld niet zomaar over de balk."

Bovendien haalt ook de rand rond Brussel voordeel uit zijn nabijheid tot de hoofdstad, benadrukte het PS-kopstuk. "Brussel houdt zijn sterke economie vast, maar tegelijk kennen Vlaams- en Waals-Brabant een sterke groei. Het zijn dus niet zomaar communicerende vaten", merkte de minister-president op, waarop hij zich opnieuw uitsprak voor een grote Brusselse metropool "die de afbakening van het gewest overschrijdt". Al staat vooral overleg tussen de gewesten daarin centraal, nieuwe politieke structuren oprichten hoeft voor Picqué niet.

Binnenin het gewest wordt trouwens wel degelijk een debat gevoerd over de interne structuren en de verdeling van bevoegdheden tussen gemeenten en gewest. "Maar als sommigen plots spreken van cobeheer, dan is het toch normaal dat bepaalde lokale besturen afkerig staan van een overheveling van bevoegdheden aan het gewest", wierp Picqué op."Dat geeft de tegenstanders vooral gemakkelijke argumenten."

Tot slot ging de PS’er nog even in op de afkeer die Brussel volgens hem in sommige kringen oproept. "Dat is omdat het leven in Brussel aantoont dat de twee gemeenschappen wel degelijk kunnen samenleven", oordeelt hij. De invoering van tweetalige lijsten - een voorstel dat zeker in Vlaanderen op weinig bijval kan rekenen - zou voor hem alvast "een belichaming zijn van het belangrijke begrip dat het lot van Nederlandstaligen en Franstaligen in Brussel verbonden is".