Hoe ‘De Standaard’ inzage kreeg in de diplomatieke documenten van WikiLeaks
Foto: mm
Als eerste Belgische medium publiceert De Standaard vanaf vandaag de WikiLeaks-mails van Amerikaanse diplomaten over ons land.

De Standaard werkte daarvoor niet samen met de intussen roemruchte Julian Assange en met WikiLeaks, maar kreeg onbeperkte toegang tot de volledige diplomatieke post via de Noorse krant Aftenposten. De 251.287 documenten (1.136 documenten komen van de Amerikaanse ambassade in Brussel) leveren een onthullende kijk op achter de schermen van de internationale politiek waar we tot vorige week alleen maar konden van dromen.

Zoals het verhaal over minister van Defensie Pieter De Crem vandaag aantoont, gaat dat veel verder dan wat geroddel over toppolitici. De artikelen die De Standaard de komende dagen en weken publiceert, draaien allemaal rond die ene kwestie: hoe de Verenigde Staten, de enige supermacht ter wereld, hun belangen proberen veilig te stellen in België en in de grote internationale organisaties in Brussel en andere hoofdsteden.

Aftenposten is de grootste Noorse krant en huist zijn meer dan 300 journalisten en ondersteunende diensten in een toren in het centrum van Oslo. De redactie verschilt niet echt van andere hedendaagse krantenredacties, op het uitzicht na, aan de ene kant op de besneeuwde heuvels van Oslo, en aan de andere kant de zee.

Niet via Assange 

De ‘cables’, zoals de WikiLeaksdocumenten er gemoedelijk onder de journalisten heten, draaien er op een apart computernetwerk. Er geldt een strikt protocol voor de tientallen journalisten die ermee aan de slag gaan. Elk lek naar het internet, elke poging tot hacken, moet worden uitgesloten.

Slechts één zaak is zeker over hoe Aftenposten de documenten in handen kreeg: ze kwamen niet via Julian Assange. Maar De Standaard heeft waarborgen dat de documenten authentiek zijn. Het is intussen geen geheim meer dat het niet botert in WikiLeaks, de organisatie is gesplitst in splintergroepen, voormalige medestrijders verwijten oprichter en bezieler Assange autocratisch en megalomaan gedrag.

Assange bepleit radicale openheid en totale transparantie, maar probeert angstvallig te controleren wat en hoe over de documenten gepubliceerd wordt. Hij gaf het een monopolie aan een select gezelschap van kranten en tijdschriften als The New York Times, Der Spiegel, Le Monde en El Pais. Maar de hardnekkigheid waarmee hij voorwaarden probeert op te leggen leidde uiteindelijk tot spanningen met The Guardian, de krant die het eerst contact legde met WikiLeaks. In een organisatie die gericht is op lekken, moesten daar lekken van komen.

Levens op het spel

Het stickje met de 250.000 documenten zorgde bij Aftenposten niet alleen voor journalistieke opwinding. Meteen rezen ook zorgen. Hoe te antwoorden op de duizenden aanvragen van media uit de hele wereld om ook inzage te krijgen? De documenten zomaar vrijgeven, is uitgesloten. Ze bevatten namen, telefoonnummers, internetadressen van duizenden tipgevers van Amerikaanse diplomaten.

Ministers en politici, ambtenaren en militairen wiens carrière schade zal oplopen, en veel erger, informanten wiens leven op het spel staat als uitlekt dat zij met de Amerikanen samenwerken. Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, waarschuwde er al voor.

Maar dat één krant alles voor zich houdt, heeft journalistiek geen zin. WikiLeaks zorgt voor een van de grootste journalistieke onthullingen van de voorbije decennia. Het ene onthullende verhaal na het andere passeert, maar dreigt te verdrinken in de massa. Eén krantenredactie kan dat niet behappen, zelfs al laat ze er ruim zestig journalisten op werken en publiceert ze er intussen 135 artikels over.

Op zoek naar partners

Aftenposten heeft daarom gezocht naar partners die eenzelfde journalistieke temperament delen. Noord-Europese kwaliteitskranten die ook in dit tijdperk van internetlekken het oude journalistieke metier bedrijven: bronnen en verhalen checken, context en duiding geven, omzichtig omspringen met namen en details die grote schade kunnen aanrichten, woord en wederwoord respecteren. Aftenposten heeft een samenwerkingsverband opgericht met Politiken in Denemarken, Svenska Dagbladet in Zweden, NRC Handelsblad in Nederland, Die Welt in Duitsland. En dus ook met De Standaard in Vlaanderen.

Een team van reporters van onze krant vertrok naar Oslo. In de kantoren van Aftenposten doorzochten we de miljoenen pagina’s. Lang niet alles is opwindend: verslagen van gesprekken, informatieberichten die niet zelden uit de kranten zijn overgenomen, keurig, droog en objectief weergegeven.

Maar af en toe geeft een diplomaat zijn inschatting in enkele rake typeringen. Een gesprek met een politicus of hoge ambtenaar levert een revelerende paragraaf op. Daar wordt ineens duidelijk wat de Amerikanen als hun belang beschouwen, hoe ze dat nastreven, en hoe gretig velen blijken om zich een trouwe bondgenoot van de Amerikanen te tonen.

Wat zich achter de schermen afspeelt, verschilt dus wel eens danig met wat ons eerder verteld is. Dat is de reden waarom De Standaard uit de documenten publiceert. We verliezen niet uit het oog dat een Amerikaanse militair, Bradley Manning, ervan verdacht wordt die documenten gestolen te hebben. Hij zit daarvoor trouwens in de gevangenis. Maar wat ze onthullen, is journalistiek te relevant om niet te publiceren.

Selectie

De Standaard heeft vrije toegang tot alle documenten, en heeft met geen andere vraag ingestemd dan zo zorgvuldig mogelijk te publiceren. Daarom schrappen we ook sommige namen in documenten die we op de site publiceren en zijn we selectief in wat we publiceren. Wij dragen de verantwoordelijkheid over de informatie die we verspreiden.

Tegen WikiLeaks zijn al fundamentele bezwaren geuit: totale openheid werkt niet voor een land of organisatie. Soms is geheimhouding noodzakelijk. Meer zelfs: het einde van elke vorm van privacy leidt tot totalitarisme. Maar daartegen wegen andere argumenten op, en vooral deze: het is democratisch wenselijk om zicht te krijgen op hoe de enige supermacht ter wereld realpolitiek bedrijft.

Doorgaans leidt dat niet tot genante onthullingen voor de Amerikaanse diplomaten, maar voor de lokale partners die bij de Amerikanen iets anders gaan vertellen dan tegen hun achterban, parlement of regering.

En ook voor België krijgen we maar een gedeeltelijke inkijk. Geen enkel document kreeg de stempel ‘topsecret’, meer dan honderd waren ‘secret’. De periode is bovendien beperkt, pas vanaf 2006 werden de mails systematisch gelekt.

Hoofdredacteur Karel Verhoeven en redacteur Bart Brinckman over de WikiLeaks files op Radio 1

This text will be replaced