Ontwerp van sociaal akkoord
Vertegenwoordigers van de werkgevers (Rudi Thomaes, Thomas Leysen, Pieter Timmermans en Karel Van Eetvelt) zitten letterlijk en figuurlijk recht tegenover de toplui van de vakbonden Claude Rolin (CSC), Luc Cortebeeck (ACV) en Rudy De Leeuw (ABVV). foto's Foto: © BELGA
Disndagavond rond 23 uur is bekendgeraakt dat vakbonden en werkgevers een ontwerp van interprofessioneel akkoord bereikt hadden.

Het nieuws van het sociaal akkoord voor de komende twee jaar werd bekendgemaakt door VBO-voorzitter Thomas Leysen, die dinsdagavond zelf nog naar premier Yves Leterme zou gaan. Details van het ontwerpakkoord werden niet meteen vrijgegeven.

De toponderhandelaars van vakbonden en werkgevers, verenigd in de Groep van Tien, waren dinsdagnamiddag aan de ‘beslissende vergadering’ van hun tweejaarlijkse loonoverleg begonnen.

De langverwachte eenmaking van de statuten van arbeiders en bedienden vormde het laatste struikelblok. De complexiteit van het dossier en de wederzijdse gevoeligheden maakten het onhaalbaar om tot een allesomvattende blauwdruk te komen van het nieuwe werknemersstatuut.

Voor vernieuwende concepten, zoals de ombouw van de opzegvergoeding tot een activeringsrugzakje om opnieuw werk te vinden, was het water ook te diep. Maar afspraken over een eerste stap in de harmonisering en over de timing van de volgende stappen –?gespreid over meerdere jaren?– leken dinsdagnamiddag (bijna) verworven.
Het grootste knelpunt bleef de kostprijs van een verhoging van de opzegtermijnen voor arbeiders. Maar ook de gelijkschakeling van de uitbetaling van het vakantiegeld zorgde voor hoofdbrekens. Nu wordt het vakantiegeld voor arbeiders door speciale vakantiekassen uitbetaald, bij de bedienden gebeurt dat via de eigen werkgever; ook de berekeningswijze verschilt. Het VBO wilde de meerkosten van de harmonisering opvangen door in de komende jaren een deel van de marge voor loonsverhogingen aan het (hogere) vakantiegeld te besteden.

Dan was er nog de carensdag (niet-betaalde afwezigheid) voor arbeiders. In ruil voor de volledige afschaffing van de carensdag zouden alle werknemers (ook de bedienden) de verplichting krijgen om vanaf de eerste dag afwezigheid een medisch attest voor te leggen.
Over de loonnorm was er vroeger op de dag al een consensus in de maak. De sectoren zouden een erg kleine marge krijgen (van 0,3%) om, als de conjunctuur het toelaat, opslag te geven bovenop de index (die geraamd is op 3,9%). Maar die opslag zou geen automatisme zijn en pas (eind) 2012 toegekend mogen worden.
Voorts verkregen de werkgevers de toezegging dat er een ‘studie’ komt naar de voor- en nadelen van de automatische loonindexering. Hun vraag naar een herziening van het indexmechanisme stuitte op een veto van de vakbonden.