De zoektocht naar de lichamen van de twee meisjes die afgelopen zondag in de Maas vielen in Engis, in de provincie Luik, is dinsdag rond 17 uur stopgezet. Woensdagmorgen vanaf 9.30 uur worden de zoekacties hervat. Voorlopig leverden de zoekacties geen resultaat op.

Dinsdag werd het gebied doorzocht van de plaats waar de meisjes in het water vielen tot de eerstvolgende dam van Flémalle, een lengte van ongeveer 4 kilometer. Voorbij de dam zoeken heeft geen zin volgens commissaris Alain Remue, het hoofd van de Cel Vermiste Personen van de federale politie. 'Een strohalm in een strobaal vinden is al moelijk, maar een strohalm zoeken in een schuur is ongebonnen werk'.

Er wordt vooral gezocht op plaatsen waar afval door de stroming bijeengebracht wordt. Voorlopig zonder resultaat. 'Oevers en dammen zullen ook minutieus onderzocht worden', preciseerde Remue.

Alle hoop op redding is weg. De 6-jarige Amélia belandde zondagnamiddag in het water. Haar 12-jarige zus zag het gebeuren, aarzelde niet en sprong haar achterna. Opmerkelijk, want er stond een stroming van ruim 11 kilometer per uur - dubbel zoveel als normaal - en de temperatuur van het donkere, ijskoude water bedroeg amper 7 graden. Toch twijfelde Alysson niet.

Alysson kon redelijk goed zwemmen, maar volgens redders zouden zelfs ervaren zwemmers in dergelijke, bijna onmenselijke, omstandigheden alle moeite hebben om zich te redden. 'De Maas is een levensgevaarlijke combinatie van wilde onderstroom, vuil water en verraderlijke brokstukken. De meisjes hadden geen schijn van kans. Het zal een schrale troost zijn voor de ouders maar ze zullen waarschijnlijk niet lang hebben afgezien', vertelt politieagent Jurgen Vanhecke.