De Westerse landen en de Arabische Liga hebben zaterdag opgeroepen tot een vreedzame overgang na de vlucht van de Tunesische president. Ben Ali is de eerste leider van een Arabisch land die door toedoen van het volk van de macht verdreven werd.

De Arabische Liga heeft alle Tunesische politieke bewegingen opgeroepen om zich te verenigen voor het welzijn van het volk en om de vrede onder de burgers te bewaren.

De Amerikaanse president Barack Obama riep alle partijen op om de kalmte te bewaren en geweld te vermijden. Hij drong er bij de Tunesische regering op aan om 'de mensenrechten te respecteren en in de nabije toekomst vrije en rechtvaardige verkiezingen te organiseren'.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-Moon, riep op tot een 'democratische oplossing' voor de crisis.

Frankrijk, de voormalige koloniale macht en bondgenoot van het Tunesische regime, drong aan op een einde aan de gewelddadigheden in Tunesië en op zo snel mogelijke vrije verkiezingen'. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt gaf uiting van zijn bezorgdheid over de politieke relaties tussen Europa en zijn buren in het zuiden.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel brak een lans voor een 'echte democratie' in Tunesië en beklemtoonde dat het 'absoluut noodzakelijk' is dat 'de mensenrechten gerespecteerd worden en de persvrijheid gegarandeerd wordt'.

Ook de Europese Unie toonde zich voorstander van een 'duurzame democratische oplossing'. 'We willen onze steun uitdrukken aan de Tunesische bevolking en erkenning geven aan hun democratische verzuchtingen, die op een vreedzame manier beantwoord moeten worden', aldus hoge vertegenwoordigster Catherine Ashton.