Het dodental van onlusten die zich in het weekeinde in drie Tunesische steden hebben voorgedaan is gestegen tot veertien. Eerder werd melding gemaakt van elf doden.

De rellen speelden zich af in Thala, Kasserine en Regueb. Het dodental van veertien werd maandag genoemd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Volgens vakbonden zijn er veel meer doden gevallen. Zowel het ministerie als de bonden zeggen dat er onder de demonstranten en de politie veel gewonden zijn gevallen. Een aantal van hen verkeert in levensgevaar.

Eerder schoot de Tunesische politie bij uit de hand gelopen protesten twee mensen dood. De protesten, die vooral zijn gericht tegen de jeugdwerkloosheid, begonnen in december, nadat een 26-jarige man met een universitaire graad zichzelf in brand had gestoken toen de politie fruit en groenten die hij zonder vergunning verkocht in beslag nam. De man overleed aan zijn verwondingen.

Sindsdien hebben demonstrerende jongeren openbare gebouwen en een kantoor van de partij van president Zine El Abidine Ben Ali aangevallen. Sinds hij in 1987 door middel van een geweldloze staatsgeep aan de macht kwam regeert Ben Ali Tunesië met ijzeren hand. Burgerlijke ongehoorzaamheid komt onder zijn bewind nauwelijks voor.

In het buurland Algerije hebben rellen in vier dagen tijd aan drie mensen het leven gekost, meldt het ministerie van binnenlandse zaken. Aanleiding tot de rellen vormden de gestegen prijzen van basisproducten als suiker en bakolie. Zaterdag maakte de regering bekend dat de belasting op dergelijke producten met 41 procent wordt verlaagd. Sinds zondag is het weer rustig in het land.