Kmo’s nog niet uit crisis, zegt Unizo
De economische crisis is nog niet uitgewerkt bij de kmo’s, zo blijkt uit het jongste kmo-rapport van ondernemersorganisatie Unizo en studiebureau Graydon.

De productiviteit bij de kleine en middelgrote bedrijven ligt nog altijd lager dan in 2007 terwijl hun kosten opnieuw aan het stijgen zijn. Het globale winstcijfer werd zelfs teruggecatapulteerd naar het jaar 2006, zeggen Graydon en Unizo.

"Het beeld dat alles terug beter gaat sinds 2010 klopt niet helemaal. We zitten nog altijd niet op het pre-crisisniveau, hogere lasten vormen nog altijd een hypotheek op de toekomst", verklaarde Eric Van den Broele van Graydon bij de voorstelling van het rapport.

Hij wees erop dat vooral het aantal kmo’s dat in de gevarenzone zit, is gestegen. Uit de zogenaamde multiscore, dat de kans op faling berekent, blijkt dat in Vlaanderen 15,6 procent van de kmo’s een groot risicoprofiel kennen. "Dit zijn 79.605 kmo’s in 2010, een stijging met 4.653 tegenover het jaar voordien", luidde het. Volgens Van den Broele is het voor het eerst in tien jaar dat die cijfers toenemen. "Het is niet zeker dat deze ondernemingen failliet zullen gaan, men kan het vergelijken met een patiënt die aan een longontsteking lijdt".

De sectoren die hier het slechtste scoren zijn de horeca, groothandel en handelsbemiddeling.

Productiviteit

Unizo en Graydon baseerden zich voor hun rapport op de jaarrekeningen van zowat een half miljoen Vlaamse eenmanszaken en kleine vennootschappen. De cijfers hebben dus betrekking op 2009. Uit het rapport blijkt dat de productiviteit bij kmo's nog altijd lager ligt dan in 2007, terwijl de kosten opnieuw de hoogte ingaan. Ook op het vlak van rendabiliteit is de evolutie negatief. Het globale winstcijfer werd zelfs teruggekatapulteerd naar het jaar 2006.

Heel wat kleine en middelgrote bedrijven konden standhouden dankzij hun spaarpotje uit het verleden. "Op korte termijn zijn er geen acute problemen te verwachten, maar op middellange termijn dreigen er wel repercussies van de crisis", meent Van den Broele, verwijzend naar het feit dat er minder geld beschikbaar wordt voor investeringen en innovatie in de toekomst.