Alles is een computer
Toshiba toont een 3D laptop. De webcam zoekt waar je ogen zich precies bevinden, dan stuurt de laptop het juiste beeld naar elk oog. Foto: dso
Wat is een computer? Wat is een televisie? En wat is een telefoon? De grenzen zijn in 2011 helemaal weg. Dat leert ons de Consumer Electronics Show in Las Vegas.

De beurs is pas donderdagmorgen officieel toegankelijk, zodat er best nog verrassingen uit de bus kunnen komen. Maar de grote trends zijn duidelijk. Dat het onderscheid tussen computers en consumentenelektronica onder druk staat, is natuurlijk niet nieuw. Niet voor niets is de Consumer Electronics Show (CES) al een tijdje de plek waar we zowel de belangrijkste ontwikkelingen in telefoons, televisies als laptops (en camera's, en ijskasten) komen bekijken. Maar in 2011 komt deze beweging in een stroomversnelling. Dat blijkt uit massa's nieuwe apparaten die traditionele eigenschappen van computer, telefoon en televisie op bijna willekeurige manier combineren.

iPad als inspiratie

Die stroomversnelling komt er onder meer vanwege het succes in 2010 van de Apple iPad. Dat succes noopte zowat alle andere fabrikanten tot een inhaalbeweging, en dat leidt op CES tot een ware explosie van nieuwe tablet-systemen van fabrikanten als Acer, Samsung, Toshiba en Motorola.

Maar het succes van Apple's iPad en iPhone inspireert concurrenten ook op andere manieren. Niet alleen tablets en telefoons, maar ook televisies hebben nu hun eigen app stores, online winkels waar gebruikers nieuwe functionaliteit kunnen toevoegen aan hun apparaat. Niet alle app stores liggen even vol, maar apps voor toegang tot Facebook, Twitter en YouTube zitten er altijd bij.

Al deze apparaten hebben nu een behoorlijke processor aan boord, een internetverbinding en – via die apps – connecties naar sociale netwerken en naar online videodiensten. Ze hebben vaak hetzelfde besturingssysteem: er zijn smartphones en tablets op basis van Android en iOS. Heel veel andere apparaten werken met varianten van het Linux besturingssysteem.

Met al deze appaten kunnen we in principe aan dezelfde informatie. Want die informatie komt meer dan ooit uit wat tegenwoordig 'the cloud' wordt genoemd: diensten op het internet zoals Facebook. Bestanden worden bewaard in diensten als Dropbox, nota's in een online tool als Evernote.

Het grote verschil is in feite de afmeting van het scherm. Smartphones hebben een scherm van 3 à 4 inch, er zijn tablets tablets vanaf 5 inch tot 10 inch, netbooks van 10 tot 11 inch, en dan heb je nog de iets grotere laptops, desktops en uiteindelijk de grote televisieschermen in de huiskamer. Een ander verschil: hoe ze worden bediend. Hangt er een volledig klavier aan, dan spreken we meestal van een computer. Maar ook dat is geen harde grens meer: de iPad kan in een hoes worden gestoken met een (draadloos) klavier erbij, en Samsung, Acer en Lenovo tonen hier allemaal tablets die op één of andere manier in laptops kunnen worden omgetoverd.

Iedereen concurreert met iedereen

Dit alles brengt ook mee, dat bedrijven die vroeger in totaal aparte markten werkten – televisies, computers en telefoons – nu rechtstreeks met elkaar concurreren in het middenterrein. Geen enkele fabrikant beheerst echt het hele gamma, van smartphone tot televisie, met alles ertussen. Maar sommige bedrijven beginnen aardig in de buurt te komen, zoals Apple, Sony en Samsung.

Nog een blijk van hoe alle categorieën door elkaar beginnen te lopen: Intel, dat al meer dan 20 jaar de chips levert die onze pc's aandrijft, kondigde hier woensdag een nieuwe generatie aan van zijn Core processoren. Die zijn vooral verbeterd op grafisch vlak, zodat ze heel snel HD-video kunnen decoderen en encoderen. Bovendien zijn ze voorzien van een nieuwe technologie, 'Intel Insider', die toelaat om films op een beveiligde manier te decoderen. De films zijn daarbij behoed voor illegaal kopiëren. Dit moet er vooral voor zorgen dat filmmaatschappijen meer films in hoge kwaliteit via het internet durven aanbieden voor het bekijken op pc.

Televisies krijgen steeds meer toegang tot het internet. En op CES 2011 zien we dat ze ook echt iets beginnen doèn met die verbinding. Al heeft elke fabrikant daar zo zijn eigen aanpak voor. LG kondigde op CES SmartTV aan. De meeste nieuwe LG-tv's zullen deze technologie ingebouwd krijgen, waardoor ze toegang krijgen tot een aantal commerciële en gratis video-diensten op het web, zoals films van Netflix. Het interessante bij LG is dat ook bestaande tv's van dezelfde SmartTV diensten zullen kunnen genieten, via een kleine externe decoder. Ook de Blu-ray spelers van LG worden ermee uitgerust.

Maar elke fabrikant doet het dus op zijn eigen manier, wat verwarrend is. Samsung heeft al een tijdje zijn eigen SmartTV lijn die dit jaar flink wordt uitgebreid, bij Panasonic heet het nu Viera Connect. Een grote hinderpaal blijft de bediening van deze internetfuncties. Doorgaans hebben we geen volledig, draadloos klavier in de huiskamer liggen. Het vorige herfst gelanceerde Google TV vereist wel zo'n klavier, en werd daarom lauwtjes ontvangen (al blijft Sony op CES wel fier uitpakken met zijn televisies op basis van Google TV). Maar er zijn alternatieven genoeg. Smartphones en tablets kunnen worden ingezet als meer gesofisticeerde afstandsbediening, waarop indien nodig een volledig (virtueel) klavier kan worden opgeroepen. En Microsoft-topman Steve Ballmer suggereerde woensdagavond nog een andere mogelijke benadering: een film selecteren via handgebaren in de lucht, die worden gedetecteerd door de Kinect videocamera. De Kinect was een mooie najaarshit voor Microsoft als uitbreiding voor de Xbox 360 spelconsole, maar Microsoft ziet het apparaat duidelijk als veel meer dan een spelcontroller.

Als een tv toch op het internet staat en apps kan draaien, dan is het maar een kleine stap om een camera aan te sluiten en hem te gebruiken voor videotelefonie, bijvoorbeeld met de populaire Skype software. Verschillende fabrikanten, waaronder Samsung en Sony, bieden dat al. En zo is de cirkel helemaal rond: het grootste scherm en het kleinste scherm worden allebei gebruikt om te bellen.

Wat duidelijk nog ontbreekt, zo blijkt opnieuw op CES, is een goede manier om al die verschillende apparaten aan elkaar te koppelen en te laten samenwerken. Nu werken ze toch vooral naast elkaar. De DLNA netwerkstandaard maakt het gemakkelijker om bestanden te delen op een thuisnetwerk, maar een naadloze ervaring is het nog allerminst.

De internet-ijskast is terug

En verder op CES? Uiteraard heel wat 3D, al blazen de meeste fabrikanten toch heel wat minder hoog van toren dan een jaar geleden. In 2010 probeerden tv-fabrikanten ons te verleiden met peperdure 3D-televisies die actieve (én dure) brilletjes vereisten. De consument hapte niet toe, en in 2011 wordt het over een andere boeg gegooid. De meeste nieuwe 3D-televisies van LG, bijvoorbeeld, tonen 3D met een eenvoudige, 'passieve' bril zoals in de bioscoop wordt gebruikt. Toshiba en Sony demonstreerden allebei 3D-televisies die zonder bril een meer dan behoorlijk 3D-effect geven. Al zullen we dergelijke apparaten wellicht niet meer dit jaar op de markt zien.

En dit was misschien onafwendbaar: de internet-ijskast, een onzalig idee dat tien jaar geleden ten onder ging, is klaar voor een comeback. Zowel LG als Samsung kwamen ermee aanzetten, LG heeft het zelfs zonder ironie over een 'smart refrigerator'. Maar, warempel: nu de consument schoorvoetend begint gebruik te maken van internetfuncties op zijn televisie, is dit niet zo'n gigantische sprong meer. LG spiegelt ons ook een oven voor die een SMS stuurt als het gebraad gaar is. Enkele jaren geleden werden zo'n ideeën massaal weggelachen. Maar op CES 2011 vallen ze niet eens meer uit de toon.