Vande Lanotte stelt de verticale splitsing voor van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in een kieskring Brussel en een provinciale kieskring Vlaams Brabant. Aan die splitsing zitten speciale modaliteiten. De inwoners van de zes faciliteitengemeenten mogen kiezen waar ze voor Kamer, Senaat en Europees Parlement willen stemmen: in Brussel of in Vlaams-Brabant.

Vande Lanotte suggereert ook een nieuwe regeling voor de voogdij van de Vlaamse overheid in de randgemeenten en de discussie over de benoeming van de burgemeesters in drie van de zes randgemeenten.

De taalwet van 1966 wordt gewijzigd. Het overheidspersoneel in de randgemeenten zullen de taal gebruiken van van de inwoner zover dat Frans of Nederlands is. Wie systematisch in het Frans wil geholpen worden moet dat om de drie jaar laten weten. Hij krijgt dan ook alle relevante papieren in de Franse taal.

De gemeenten zullen een bestand aanleggen zodat ze weten wie in welke taal geholpen wil worden. Dit moet gehakketak over de praktische toepassing van de faciliteitenregeling beslechten.

En de burgemeesters?

De kandidaat-burgemeesters verklaren (schriftelijk) dat ze de taalwetgeving zullen naleven. Anders worden ze niet benoemd. De gewestregering moet vervolgens binnen de 30 dagen de man of vrouw benoemen. Tegen die beslissing is beroep mogelijk. Het is niet langer de (Vlaamse) kamer van de Raad van State die bevoegd is, maar het Grondwettelijk Hof. Dat Hof heeft een paritair karakter met afwisselend om de zes maanden een anderstalige voorzitter. Ook de interpretatie van de taalwetgeving is voor het Grondwettelijk Hof.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig