De daling van de koninklijke dotaties, die eind 2009 werd aangekondigd, blijft voorlopig dode letter. Bij gebrek aan een volwaardige regering worden de dotaties voor de koninklijke familie voor 2011 voorlopig begroot op 13,7 miljoen euro, evenveel als dit jaar.

De uittredende regering-Leterme gaat ervan uit dat de koninklijke familie 13,707 miljoen euro per jaar kost, zo blijkt volgens De Morgen uit de financiewet die dinsdag in het staatsblad gepubliceerd werd.

 

De civiele lijst van koning Albert is de grote slokop en wordt begroot op 10,673 miljoen euro. Kroonprins Filip moet het stellen met 936.000 euro. Dat is beduidend minder dan de dotatie voor koningin Fabiola, die uitkomt op 1,462 miljoen euro. Prinses Astrid krijgt 324.000 euro en prins Laurent bengelt onderaan, met een dotatie van 312.000 euro.

De aftredende regering-Leterme doet eigenlijk een beroep op het systeem van voorlopige twaalfden. De dotaties voor Filip, Fabiola, Astrid en Laurent liggen daardoor aanzienlijk hoger dan eerder aangekondigd. In de programmawet van eind december 2009, die de dotaties van zowel 2010 als 2011 regelde, werd een daling in het vooruitzicht gesteld. In die tekst was sprake van een dotatie voor Filip van ’slechts’ 922.378 euro in 2011, terwijl voor Fabiola maar 1,44 miljoen euro gepland was.