Bedrijven regelen hun 'hoofddoekenkwesties' informeel
Heel wat bedrijven in ons land gaan in op vragen van werknemers om zaken op de werkvloer aan te passen om religieuze of culturele redenen. Vaak worden die kwesties informeel opgelost.

Of de werkgever ingaat op het verzoek hangt af van praktische overwegingen en niet zozeer van ideologische keuzes. Dat blijkt uit een studie die de VUB en de ULB maakten in opdracht van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR).

Lijst

Via interviews kwamen de onderzoekers tot een lijst met vragen van werknemers om een aanpassing. In de meeste gevallen gaat het om een vraag naar vakantie op religieuze feesten zoals het Offerfeest of het Suikerfeest. Ook de mogelijkheid om een hoofddoek te dragen en bidden op het werk (aparte gebedsruimtes) komen aan bod.

Soms vraagt men ook om niet met mensen van het andere geslacht op een kantoor te moeten zitten, om speciaal eten zonder varkensvlees of om niet onder een vrouwelijke baas te moeten werken.

Praktische reden

Of bedrijven op die vraag ingaan, hangt niet zozeer van ideologische redenen af. Werkgevers kijken of een aanpassing de goede werking van het bedrijf of dienst niet in het gedrang brengen. Vragen die in strijd zijn met andere fundamentele rechten (zoals die van de vrouw) worden wel altijd afgewezen.

Culturele aanpassingen bij wet verplichten vindt het Centrum geen goed idee. Volgens het Centrum is de weg van het overleg veel heilzamer.