Het onderzoeksdossier in het zogenaamde KB Lux-proces was opgebouwd op basis van documenten die in beslag genomen waren bij twee in scène gezette huiszoekingen. Dat zegt het Brusselse hof van beroep in zijn arrest. Hoe gingen de speurders precies te werk?

De eerste huiszoeking vond eind 1994 plaats op de Brugmann-laan in Brussel. De speurders van de Gerechtelijke Politie hadden via de malafide informant Jean-Pierre Leurquin vernomen dat drie ontslagen KB Lux-medewerkers een 3.000-tal documenten bij de bank hadden gestolen en hadden via diezelfde Leurquin al kopieën bemachtigd van die documenten.

In samenspraak met de speurders en onderzoeksrechter Leys overtuigde Leurquin vervolgens één van de Ex-KB Lux-werknemers om de originelen in de Brugmann-laan onder te brengen, bij een vriendin van Leurquin waar ook een gekende vervalser verbleef. De volgende stap was dat de politie tijdens een huiszoeking bij de vervalser zogenaamd toevallig de documenten vond.

De tweede huiszoeking vond in 1999 plaats, bij Eric Goven, de Kredietbank-medewerker die gevlucht was met het geld van zijn klanten. Ook hij had interne bankdocumenten meegenomen en via zijn echtgenote bij zijn schoonouders verborgen.

Die echtgenote verwittigde onderzoeksrechter Leys, waarna die haar vroeg de documenten bij haar thuis te leggen omdat de politie er nog dezelfde dag een huiszoeking zou houden. Tijdens die huiszoeking moest mevrouw Goven verklaren dat ze toevallig op de bewuste documenten gestoten was.