Oudere werknemers functioneren beter als ze gerustgesteld worden over 'normale' problemen die met het ouder worden te maken hebben, zoals een afnemend geheugen. Vanaf de middelbare leeftijd lijden veel mensen meer onder de angst om cognitief achteruit te gaan, dan onder echte geheugenproblemen die ze zouden hebben.

Dat blijkt uit een onderzoek waarop psycholoog Esther Hoogenhout volgende week promoveert aan de Universiteit Maastricht. Hoogenhout ontwikkelde een korte cursus voor mensen van 55 jaar en ouder, waarin ze uitleg krijgen over ouder worden in het algemeen en de invloed daarvan op onder meer het geheugen.

Door de vergrijzing neemt het aantal 'jonge ouderen' ofwel 55-plussers de komende jaren snel toe. Deze groep heeft last van cognitieve problemen, die zorgen voor veel stress, minder plezier in het werk en het leven en meer gebruik van de gezondheidszorg.

Volgens Hoogenhout hebben hoog- en laagopgeleide ouderen evenveel last van geheugenproblemen. Vrouwen lijken wat vaker ook lichamelijke achteruitgang te melden.

De onderzoekster zegt dat het niet zinvol is om jonge ouderen alleen geheugentrucjes zoals ezelsbruggetjes te leren om makkelijker te kunnen onthouden. Inzicht in de gevolgen van ouder worden en wat begrip van de collega's werkt beter, aldus de psycholoog.