In het Jan Portaelsziekenhuis in Vilvoorde is de eerste IVM-baby in Vlaanderen geboren. Dat meldt het Universitair Ziekenhuis van Brussel, waar de moeder behandeld werd. In-vitromaturatie (IVM) kan een alternatieve voortplantingstechniek zijn voor koppels bij wie de klassieke in-vitrofertilisatie (IVF) geen resultaat oplevert.

Het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Brussel introduceerde in januari 2010 als eerste de IVM-techniek. Sindsdien werden 46 vrouwen behandeld en raakten 12 van hen zwanger.

De slaagkans bij IVM ligt beduidend lager dan bij IVF: 15 tot 20 procent tegenover 30 tot 40 procent. Er zijn echter heel wat voordelen. Zo zijn er minder risico's en mogelijke bijwerkingen bij IVM. Bovendien wordt nauwelijks of geen hormonale stimulatie gebruikt, wat de techniek ook goedkoper maakt.

In tegenstelling tot bij IVF worden bij IVM onrijpe eicellen uit de ongestimuleerde eierstokken genomen. Vervolgens moeten de eicellen rijpen in een specifiek kweekmilieu in een lab. Als de eicellen rijp zijn, kunnen ze bevrucht worden. Enkele dagen later worden een of meerdere embryo's teruggeplaatst.

Vooral voor patiënten met een grote eicelreserve is IVM geschikt. Bij de klassieke behandeling bestaat bij hen een belangrijk risico op het ovarieel hyperstimulatie syndroom (OHSS), een aandoening die gekenmerkt wordt door vochtophoping in de buik, onderbuikpijn en een verhoogd risico op trombose. Patiënten met OHSS moeten vaak een aantal dagen in het ziekenhuis opgenomen worden.

Artsen en embryologen proberen de IVM-techniek verder te verbeteren. Verwacht wordt dat die snel beschikbaar zal zijn voor een ruimer publiek.

Momenteel wordt IVM op steeds grotere schaal toegepast in Scandinavië, Italië, Canada en Zuid-Korea.