De Nederlandse professor rechtspsychologie Pieter Jan van Koppen verwijt de speurders van de parachutemoord dat ze maar met één scenario rekening gehouden hebben. Tijdens zijn getuigenis op het assisenproces had hij het dan ook over een 'prototype van tunnelvisie-onderzoek'.

Volgens de Nederlandse professor, die door de verdediging van Els Clottemans als bijkomende getuige werd opgeroepen, ging het om een 'verdachte-geleid' onderzoek. 'De langdurige verhoren van Clottemans, in totaal 101 uur, hadden als bedoeling om een bekentenis los te krijgen. Over een moord ben je normaal gezien over een à twee dagen uitgepraat', aldus van Koppen.

Van Koppen heeft als enige een empirische studie gedaan naar de werkwijze van rechercheurs in moordonderzoeken. Assisenvoorzitter Michel Jordens wilde nog voor zijn getuigenis iets verduidelijken. 'Het verloop van een strafonderzoek is anders in België dan in Nederland. In Nederland ligt het onderzoek vooral in handen van de politie, met af en toe tussenkomsten van een rechter-commissaris. Bij zwaardere zaken in België, zoals moord, heeft de onderzoeksrechter de leiding over het onderzoek', aldus Jordens.

Twee kernpunten

Professor van Koppen verdiept zich al een drietal weken in de parachutemoord. Hij had alleen inzage in het papieren dossier. Van Koppen sprak in zijn 42 bladzijden tellend verslag van twee kernpunten: het proces-verbaal van 26 december 2006 van inspecteur Eugeen Crabbé van de Tongerse federale politie en het samenvattend proces-verbaal van november 2008. In het pv van december 2006 had Crabbé het onder meer over het feit dat een verdachte de kennis, de gelegenheid, het motief en de tijd moest hebben om de sabotage te plegen. Clottemans had die allevier.

Sabotage

'De speurders ginger ervan uit dat de sabotage in het appartement van Somers gebeurd is. Een van de foute aannames is dat de verdachte de tijd moest hebben om de sabotage te plegen. Aanvankelijk werd gedacht dat er veel tijd nodig was, maar dat werd later ontkracht door deskundige De Clercq, want hij vertelde dat de sabotage erg snel kon gebeuren.

Daarmee konden de locaties, waar de sabotage gepleegd werd, immers uitgebreid worden', aldus van Koppen.

'Te veel getuigen'

Volgens van Koppen zitten er in het dossier ook nietszeggende verhoren van getuigen die niet over de moord zelf praten. 'Er is veel niet-relevante informatie, bijvoorbeeld over de persoon Clottemans. Dat is niet relevant voor het oplossen van de zaak. Door het verhoren van meer dan 170 getuigen zie je door de bomen het bos niet meer', aldus van Koppen.

Van Koppen zei - buiten het gerechtsgebouw - dat hij zelden zo’n slecht dossier had gezien.