Socioloog Jan Hertogen is donderdag door het Comité P verhoord over zijn klacht tegen de commissie-Adriaenssens. Dat heeft de 63-jarige man, ooit zelf slachtoffer van seksueel misbruik door een geestelijke, donderdagavond meegedeeld.

Volgens de socioloog heeft de commissie zijn privacy niet gerespecteerd omdat haar dossiers door het gerecht in beslag werden genomen.

Jan Hertogen had zich op 27 april 2010 met zijn verhaal aangemeld bij de commissie-Adriaenssens. Hij wou toen niet dat zijn klacht bij het gerecht zou terechtkomen en hij rekende erop dat de commissie de vertrouwelijkheid van zijn informatie en zijn privacy zou waarborgen. Die vertrouwelijkheid was immers vastgelegd in een protocol met het College van Procureurs-Generaal.

Toen Hertogen op 24 juni hoorde over de huiszoekingen en inbeslagnames op het bisschoppelijk paleis in Mechelen en bij de commissie-Adriaenssens in Leuven, diende hij onmiddellijk een klacht in bij de politie van Mechelen wegens schending van zijn privacy en van het beroepsgeheim.

Die klacht herhaalde hij later in een burgerlijke partijstelling die hij aan het Brusselse gerecht overmaakte. Volgens Hertogen is het in het kader van die klacht dat hij donderdag verhoord is door het Comité P, dat daarvoor opdracht had gekregen van onderzoeksrechter Colette Callewaert.

Hertogen vindt dat de commissie-Adriaenssens in de fout is gegaan omdat ze zijn privacy niet heeft kunnen waarborgen en dat de kerkelijke verantwoordelijken ook niet alles gedaan hebben om de dossiers van de commissie te recupereren.