Oudste familiebedrijf van ons land stopt
Foto: Frederik Weekx
225 jaar nadat betovergrootvader Jan-Baptiste Peeters zijn eerste broodjes bakte, moet zijn nazaat Herman de familietraditie doorbreken. ‘Het is jammer dat de bakkerij er door gebrek aan opvolging mee moet ophouden, maar ik ga er mijn oude dag niet door laten verknallen’, zegt bakker Peeters nuchter.

1785: Jan-Baptiste Peeters bakt zijn eerste broden in de bakkerswinkel aan de Nieuwstraat in Essen bij de Nederlandse grens. De bakkerij ging over van vader op zoon. Vandaag staat Herman Peeters aan de bakkersoven. Hij heeft nooit iets anders gekend. Vader August was bakker, grootvader Jef en overgrootvader Bertje ook. ‘Ik heb twee broers, maar die zijn allemaal in de muziek gegaan’, zegt Herman Peeters. ‘En mij interesseerde de bakkersstiel wel. Het interesseerde mij en ik kón het, dus dat was gauw geregeld.’

Vijf generaties Peeters in dezelfde bakkerswinkel in Essen. Er is veel veranderd in die 225 jaar. ‘In de eerste plaats op technisch vlak’, zegt bakker Herman. ‘Ik sta niet meer aan de trog, hé. Maar ook wat betreft het assortiment. Mijn vader en voorvaderen bakten alleen maar brood. Brood was brood. Eén soort, meer niet. Hoogstens nu en dan eens rozijnenbrood. Maar dat is na de oorlog snel veranderd. Ik heb de patisserie erbij weten komen. En vandaag bak ik dagelijks twintig verschillende soorten brood.’

Regeltjes

43 jaar geleden kwam Herman Peeters bij zijn vader in de zaak, 33 jaar geleden was hij oud en wijs genoeg om op zijn beurt de bakkerij over te nemen. Nu is hij nog geen 65, maar hij vindt het wel tijd om te stoppen. ‘Eerlijk gezegd: de lol is er ook een beetje af. Al die regeltjes! Een bakker is tegenwoordig meer manager en administrator dan bakker. Bovendien ben ik niet van plan om er pas mee te stoppen als ik met een rollator rondloop’, zegt hij. ‘Ik wil nog wat van het leven genieten. Daarom begon ik enkele jaren geleden aan overlaten te denken. Er was een plan om de bakkerszaak door Tinne, een van mijn vier dochters te laten verder zetten.

Gaandeweg werd echter duidelijk dat een bakkerij niet echt haar ding is. Ik heb haar niet willen verplichten. Je moet zo’n bakkerij echt met je volle goesting doen, anders wordt het niets.’
Herman heeft uiteindelijk niet gezocht wat hij vond: een overnemer van de bakkerij én van de naam. Daarom doet hij in februari zijn winkel dicht. En zal hij brood bij een ander moeten gaan kopen. ‘Wie zegt dat? Ik denk dat ik mijn eigen dagelijkse brood zelf ga blijven bakken.’
En wat als de komende weken mensen smekend in zijn winkel komen staan: blijf? ‘Dat ga ik een beetje schuin staan en laat ik dat allemaal van mij af lopen’, zegt Peeters. ‘Mijn besluit staat echt vast: ik stop er mee.’