Vandaag is de grote dag. We zijn er klaar voor. Onze gids Bruno heeft ons drie dagen getest en voorbereid voor de beklimming van de Mont Blanc. Straks beginnen we aan het grote avontuur, weliswaar met 1 man minder. Hans zijn onderarm zit in het gips.

Zondag stond Bruno om 8.30 uur aan het hotel. Een uur later zaten we op een treintje richting Mer de Glace, de noordzijde van de Mont Blanc. Die gletsjer, die de afgelopen jaren razendsnel is gekrompen, is een perfecte plaats om te leren stappen op stijgijzers. Er was dan ook veel volk aan het oefenen. De plek is enkel te bereiken via trapladders aan steile rotsen. Jaki en Hans moesten even slikken toen ze loodrecht naar beneden keken. Ik heb geen hoogtevrees en vond het leuk om aan een koord te bengelen. Het landschap was overweldigend en we waren opgewekt door het idee dat we ‘in de bergen’ zaten.


Bruno heeft veel geduld en legt alles goed uit. Ik had nog nooit een stijgijzer van dichtbij gezien. We hebben geleerd dat een pickel een multifunctionele bergklimbijl is met een houw, een schoffel en een punt. Er zijn verschillende manieren en verschillende redenen om een pickel te gebruiken. Je kan er zelfs met je hele gewicht aan gaan hangen. Stappen met stijgijzers doe je zoals een gans: met je benen open en je voeten een beetje naar buiten gericht. Het was een vermoeiende dag. ’s Avonds waren we alle drie uitgeput.



Zondagavond kwamen dan Johan, Jotie en Lus aan. Maandag stapten we met z’n allen naar le Refuge des Conscrit, over de gletsjer Tré-la-Tête in het zuidelijke deel van het Mont Blancmassief. Het pad naar de gletsjer was lang en steil. Aan de voet moesten we opnieuw onze stijgijzers aandoen. We hingen met touwen aan elkaar vast omdat er gletsjerspleten waren.







Toen we onderweg allemaal op een klein hoopje aan het wachten waren, zette Hans een stap achteruit en viel in een geul. Zijn pols deed erg veel pijn en Bruno tapete hem in. ’s Avonds had Hans redelijk wat pijn maar hij hield zich sterk.



Le refuge des Conscrit is een gezellige, moderne hut met uitzicht op de gletsjer. Vooral het aantal zonnepanelen was spectaculair.

In de hut was weinig volk omdat de Méteo voor dinsdag slecht weer voorspelde. We sliepen met zes op 1 kamer in stapelbedden.

De volgende dag was er inderdaad regen! Het plan om eerst nog naar de top te klimmen om dan helemaal af te dalen viel letterlijk in het water. Met slecht weer moet je extra voorzichtig zijn. Hans zijn onderarm was gezwollen. De gids besloot dat hij niet over de natte rotsen naar beneden kon afdalen. We zouden onze twee handen de hele tijd nodig hebben. Het vervolg was bijzonder spectaculair: een helikopter met aan boord een piloot, een navigator en twee speciaal opgeleide gendarmes/verplegers kwam Hans aan de hut evacueren. Het verdict in het ziekenhuis van Sallanches: twee botten in de onderarm gebroken. Hans mag de expeditie naar de top op zijn buik schrijven. Hij is uiteraard zwaar teleurgesteld.

Het is nu woensdagochtend. Het regent in Chamonix en de wolken hangen hier laag in het dal. Straks vertrekken we naar Les Houches en nemen een trein naar een halte vóór Nid D’Aigle. Door de werken aan het meer onder de gletsjer rijdt het treintje niet tot boven. Vandaar stappen we een drietal uur naar de Tête Rousse. We overnachten in een hut.

De volgende dag klimmen we naar de Goûter-hut. Vanaf dan komen de extra gidsen Denis en Céline. We overnachten in de Goûter-hut en vertrekken vrijdag om 2 uur ‘s nachts naar de top op 4.808 meter. Diezelfde dag dalen we terug af naar het dal. Als het weer meezit en zonder verdere ongelukken staan we vrijdag op de top!