Een nieuwe wet verplicht beursgenoteerde bedrijven in de VS om de ratio bekend te maken tussen het loon van de ceo en dat van een doorsnee werknemer.

De veelbesproken wetshervorming die de financiële uitwassen in de Amerikaanse financiële sector aan banden moet leggen - de 'Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act' - zit vol verrassingen. In sectie 953(b) van de 2.300 pagina’s tellende monsterwet, staat te lezen dat alle beursgenoteerde bedrijven vanaf nu verplicht zijn om het verschil te berekenen tussen het loon van zijn topman en dat van zijn gemiddelde werknemer – in vakjargon ook wel de loonspanning genoemd - en dat ook bekend te maken.

Over de precieze modaliteiten moet de Amerikaanse beurswaakhond SEC nog beslissen, maar dat belet niet dat bij verschillende Amerikaanse topmanagers de haren nu al ten berge rijzen. Daar vreest men een logistieke nachtmerrie en een nieuwe kruistocht tegen de hoge toplonen, schrijft ‘The Financial Times’. Een vereniging van Amerikaanse multinationals, The Business Round Table, is dan ook een lobbycampagne gestart om de wet te laten aanpassen. ‘Deze regel kan meer kwaad dan goed doen, als ze verkeerd wordt toegepast’, waarschuwt voorzitter Larry Burton in ‘The Financial Times’.

Maar de Democratische senator Robert Menendez uit New Jersey, die de nieuwe wetsbepaling voorstelde, begrijpt de commotie niet. Hij hoopt dat de verplichte bekendmaking de exploderende toplonen in de VS zal helpen beperken. Volgens een recente studie van consultant Equilar verdiende de topman van een S&P 500-bedrijf in de VS vorig jaar gemiddeld 7,5 miljoen dollar. Dat is 187 keer meer dan de 40.000 dollar die een doorsnee werknemer in de privé-sector in zijn loonzakje kreeg.

Ter vergelijking, in België is de loonspanning tussen het hoogste en de laagste lonen veel en veel lager. Volgens een recente studie van hr-dienstverlener Acerta verdient een ceo bij een Belgische bedrijf van meer dan 1000 werknemers gemiddeld 6,57 keer meer dan de magazijnier.