In de buurt van Luvungi liggen een VN-basis en een Congolees legerkamp. En toch kon niemand de 200 vrouwen beschermen, die vier dagen lang in groep werden verkracht.

Wat gebeurde in Luvungi?

Op 30 juli namen Congolese en Rwandese rebellen het dorp Luvungi en de omringende dorpen in. De rebellen vertelden de doodsbange dorpelingen eerst dat ze enkel het dorp kwamen leegplunderen.

Maar volgens getuigenissen kwam ’s nachts een grote groep gewapende rebellen, naar schatting 200 tot 400 man, naar het dorp terug om systematisch de vrouwen te verkrachten. Sommige vrouwen werden meermaals verkracht door groepjes van drie tot zes rebellen.

De groepsverkrachting van naar schatting 200 vrouwen ging meer dan vier dagen voort. Volgens de Congolese arts Kasimbo Charles Kacha, het medische hoofd in de regio, werden ook vier baby’s verkracht. De vier jongetjes waren één maand, zes maanden, een jaar en anderhalf jaar oud.

Wie zijn die rebellen en wat is hun drijfveer?
Volgens de getuigenissen van de dorpelingen waren de groepsverkrachting en plundering het werk van het FDLR en van Mai Mai. Het FDLR is een rebellenbeweging van Rwandese Hutu’s, die zich al zestien jaar ophoudt in de Oost-Congolese brousse.

Sommige FDLR-rebellen hebben actief deelgenomen aan de genocide in Congo’s buurland Rwanda, in 1994. Mai Mai zijn dan weer Congolese ‘patriotten’, die zogenaamd vechten tegen buitenlandse invloeden in Congo.

Dat beide groeperingen in Luvungi actief zijn, heeft echter vooral met de mijnbouw in het gebied te maken. Het dorp Luvungi ligt op een strategische plek in de Oost-Congolese mijnprovincie Noord-Kivu, op 70 kilometer van de mijnstad Walikale. In de buurt ligt een casserietmijn. De rebellen houden zich bezig met de illegale exploitatie van de mijnen en met grondstoffensmokkel in Oost-Congo.

Wie bracht de groeps?verkrachting aan het licht?
De Amerikaanse hulpverlener Will F. Cragin maakte maandag wereldkundig wat hij in Luvungi had gezien (DS 24 augustus). Cragin werkt in Walikale voor de hulporganisatie International Medical Corps, zo vertelt hij zelf, telefonisch vanuit Congo: ‘In Walikale deden sterke geruchten de ronde dat Luvungi en de omringende dorpen door rebellen waren ingenomen. Daarom zijn we met zes man naar Luvungi vertrokken.’
De hulpverleners konden het dorp pas vier dagen later binnen, nadat de rebellen uit eigen beweging waren vertrokken.

Wat maakt deze verkrachtingen ‘uitzonderlijk’?
In het conflictrijke Oost-Congo is verkrachting al jaren een oorlogswapen. Alle gewapende groeperingen, het Congolese leger inbegrepen, maken zich schuldig aan deze oorlogsmisdaad. Wat de verkrachtingen in Luvungi echter zo uitzonderlijk maakt, is de nooit eerder geziene schaal.

Bovendien ging de groepsverkrachting meer dan vier dagen door. De hulpverlener Will Cragin vertelt telefonisch dat de enorme schaal ook hem niet meteen duidelijk werd: ‘Eerst hoorden we in Luvungi van vijftien verkrachtingen. Maar dat aantal bleef maar oplopen.’ De hulpverleners behandelden uiteindelijk 179 vrouwen, maar ook Cragin vermoedt dat er nog verkrachtingsslachtoffers zijn: ‘Er komen nog steeds naakte, geterroriseerde vrouwen uit de brousse tevoorschijn.’

Hoe stellen de slachtoffers het?
De slachtoffers zijn meer dan vier dagen lang systematisch door drie tot zes mannen verkracht. ‘Veel vrouwen vertelden dat ze in hun eigen huis, voor de ogen van hun man en kinderen, werden verkracht’, zegt Cragin.

Behalve het psychologische leed baart ook hun fysieke gezondheidstoestand zorgen. Veruit de meeste vrouwen zijn blootgesteld aan het risico op hiv-besmetting en ongewenste zwangerschap: ‘Amper twee slachtoffers konden we tijdig tegen hiv behandelen. Zestien anderen kwamen net op tijd om een zwangerschap te voorkomen.’


Wisten de VN dat het dorp was ingenomen?

De VN waren ervan op de hoogte. Dat blijkt uit de mail die OCHA, het VN-agentschap voor humanitaire hulp, stuurde naar organisaties in Oost-Congo. In de mail werd expliciet gewaarschuwd voor rebellen die de streek rond Luvungi hadden ingenomen. In Kibua, op 30 kilometer ten zuidoosten van Luvungi, ligt een VN-basis. En in Mpofi, 16 kilometer ten westen van het dorp, ligt een Congolees legerkamp. Toch zag hulpverlener Will Cragin in Luvungi geen enkele man in uniform.

Schoten de VN tekort?
Ruim drie weken na het drama onderzoeken de VN nog wat er precies is gebeurd. Volgens de Congolese arts Kasimbo Charles Kacha hebben Indiase blauwhelmen tijdens de vierdaagse bezetting van Luvungi een militaire escorte gegeven aan een groot commercieel transport in de richting van Luvungi.

Daaruit zou mogelijk kunnen blijken dat de blauwhelmen in de eerste plaats commerciële goederen hebben beschermd tegen rebellen, in plaats van burgers – nochtans de eerste prioriteit. De militaire VN-woordvoerder in Kinshasa kon gisteren niet voor commentaar worden bereikt.

De VN-missie in Congo telt meer dan 20.000 vredessoldaten. De VN-macht erkent zelf dat dit te weinig mankracht is om een land met de omvang van West-Europa onder controle te houden.