Het Europees Hof van Justitie heeft de Commissie dinsdag gelijk gegeven in haar beslissing om een commerciële overeenkomst te laten stopzetten tussen de grootste twee diamantproducenten ter wereld, Alrosa en De Beers.

De twee bedrijven sloten in 2002 een overeenkomst waarbij Alrosa zich ertoe verbond om De Beers gedurende vijf jaar ruwe diamanten te leveren, voor een jaarlijks bedrag van 800 miljoen dollar.

Naar aanleiding van die beslissing startte de Europese Commissie een onderzoek naar marktverstoring. Tegen De Beers kwam er bovendien een onderzoek naar mogelijk misbruik van zijn machtspositie.

In 2004 deden Alrosa en De Beers toezeggingen om de afgesproken verkoop van ruwe diamanten op zes jaar tijd af te bouwen tot 275 miljoen dollar, maar dat was voor de Commissie niet voldoende. Daarom deed De Beers in 2006 individueel de toezegging om de verkoop tegen 2009 volledig stop te zetten. De Commissie ging akkoord, maar Alrosa niet.

Alrosa trok naar het gerecht en kreeg daar aanvankelijk ook gelijk. Maar in beroep vernietigt het EHJ nu dat arrest. De Commissie trekt dus aan het langste eind en de toezeggingen worden bindend verklaard.

Volgens het Hof heeft Alrosa niet aangetoond dat de individuele toezeggingen van De Beers verder gingen dan hetgeen noodzakelijk was en zo tegemoet te komen aan de bezorgdheden van de Commissie.

Bovendien moet 'de Commissie de door een onderneming voorgestelde toezeggingen niet vergelijken met de maatregelen die zij zelf zou hebben opgelegd', aldus nog het EHJ.