Ook tijdens de economische crisis wisten de Luxemburgers hun plaats als rijkste EU-burgers te behouden.

Hun koopkracht was in 2009 ruim 2,5 keer groter dan gemiddeld in de EU-27. Dat blijkt maandag uit voorlopige cijfers van Eurostat voor de EU-lidstaten over het bbp per inwoner uitgedrukt in termen van koopkracht.

Ten opzichte van een Europees gemiddelde van 100, kwam het bbp per inwoner in Luxemburg, dat grotendeels op zijn financiële sector teert, uit op maar liefst 268 procent in 2009.

Ierland kwam op de tweede plaats met 131 procent, voor Nederland (130 procent), Oostenrijk (124 procent) en Zweden (120 procent).

België behaalde de negende plaats, met een niveau van 115 procent, net na Duitsland (116 procent). De laagste scores waren voor Roemenië (45 procent) en Bulgarije (41 procent).