'Het is natuurlijk volkomen laakbaar van Woestijnvis om fictieve persberichten rond te sturen, maar dat dwingt de media om eens diep in de spiegel te kijken en na te denken over de wijze waarop het journalistieke beroep wordt uitgeoefend', zegt hoogleraar mediarecht Leo Neels (K.U.Leuven en UA)

'Dat dergelijke berichten kritiekloos overgenomen worden, wijst op een groot probleem in de media. Dé journalistieke basisregel is toch dat elk bericht voldoende gecontroleerd wordt. De rol van de media is toch het omgekeerde van het kritiekloos reproduceren en distribueren van berichten. Gelukkig is er in de affaire-Woestijnvis toch één journalist geweest die die draad opgepikt heeft en het bedrog ontmaskerde. Mochten alle media hun elementaire deontologische plicht vervuld hebben, had men dit niet zo lang kunnen volhouden', aldus Neels.

Alhoewel Woestijnvis duidelijk foutief gehandeld heeft, gelooft Neels niet dat het productiehuis juridisch ter verantwoording kan worden geroepen. 'Men is maar verantwoordelijk als er aantoonbare schade is en dit lijkt mij juridisch niet hard te maken.'

De hoogleraar hoopt daarentegen wel op een kritisch zelfonderzoek bij de media. 'Men moet zich de vraag stellen of men dusdanig georganiseerd is om zijn belofte aan het publiek om gevalideerde informatie te brengen, waar te maken. Op vertrouwensbarometers scoren journalisten al lang slecht. Dit gaat het niet verbeteren.'

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig