Het strafproces tegen Citibank België en drie van haar directeurs had nooit moeten plaatsvinden. Dat zei de verdediging van de bank vanmiddag bij het begin van haar pleidooien.

Volgens meester Joost Everaert is de kern van de discussie, over de gebrekkige informatie aan de Citibank-klanten, immers een probleem van contractueel recht en is er geen sprake van enig kwaad of misdadig opzet.

Citibank België, haar algemeen directeur José de Peñaranda de Franchimont en de voormalige en huidige directeur van de juridische dienst, Bernard Beyens en François Staroukine, staan terecht omdat ze een 4.000-tal klanten opzettelijk niet of slecht zouden geïnformeerd hebben over de risico’s die verbonden waren aan gestructureerde beleggingsproducten van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Volgens het Brusselse parket was dat een bewuste strategie om de klanten te bedriegen. De beleggers verloren hun geld toen Lehman Brothers in september 2008 failliet ging.

"De discussie over de informatieplicht van de bankier tegenover zijn klanten is er één van contractueel recht", zei meester Everaert. "Verschillende burgerlijke rechtbanken en hoven hebben daar al uitspraken over gedaan. Het parket is in dit dossier op zoek gegaan naar fraude en bedrog maar heeft die niet gevonden. Daarom heeft het zich moeten beperken tot een vage en algemene tenlastelegging."

De verdediging voorziet zes zittingen voor haar pleidooien. Aanstaande maandag en dinsdag, 21 en 22 juni, zijn er geen zittingen.