Bij het etnische geweld tegen de Oezbeekse minderheid in Kirgizië zijn sinds donderdag meer dan tweehonderd doden gevallen. Dit heeft de leider van de Oezbeekse gemeenschap, Jallahitdin Jalilatdinov, gezegd. De interimregering sprak maandag van 117 doden en vijftienhonderd gewonden.

Inmiddels zijn zo'n honderdduizend Oezbeken het geweld in het zuiden van Kirgizië ontvlucht. Zij zitten nu vast in het niemandsland tussen Kirgizië en Oezbekistan, bij een grensovergang in de buurt van Jalal-Abad. De grensbewaking heeft Oezbeekse hulpverleningsorganisaties toestemming gegeven om de vluchtelingen van voedsel en drinkwater te voorzien.

Oezbekistan heeft maandag haar grenzen gesloten. Rusland overweegt om in te grijpen. Dat meldden verschillende bronnen.

In Osj, waar voedsel en drinkwater inmiddels schaars zijn geworden, werden weer gebouwen in brand gestoken. In Jalal-Abad verzamelden gewapende Kirgiziërs zich op het centrale plein.

De interimregering heeft leger en politie opdracht gegeven relschoppers neer te schieten, maar ook dat heeft het geweld niet kunnen stoppen. De regering vroeg Rusland zaterdag om militaire hulp, maar het Kremlin wilde daar niet op ingaan. Rusland stuurde zondag wel een bataljon van ongeveer driehonderd man paratroepen om de bewaking van zijn luchtmachtbasis in het noorden van Kirgizië te versterken, meldde het persbureau Interfax.

De gevluchte Oezbeken zijn voornamelijk bejaarden, vrouwen en kinderen. Velen hebben schotwonden, meldde het Oezbeekse ministerie voor noodsituaties aan het Russische persbureau RIA Novosti. Op verschillende plaatsen in Oezbekistan zijn opvangkampen ingericht.
Osj, met 250 duizend inwoners de tweede stad van Kirgizië, is voor een groot deel platgebrand.

'Zeer gevaarlijke situatie'

Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties Navi Pillay heeft maandag haar verontrusting uitgesproken over het geweld in het zuiden van Kirgizië. Zij riep de autoriteiten op alle burgers te beschermen, ongeacht hun etnische afkomst.

Pillay spreekt van 'zeer gevaarlijke situatie, gezien de etnische lappendeken in dit deel van Kirgizië en de aangrenzende gebieden in Oezbekistan'. Zij zegt dat het gebied al jaren bekend staat als een potentieel kruitvat.

Om die reden is het essentieel dat de autoriteiten krachtdadig optreden om aan de strijd -die georkestreerd, gericht en goed voorbereid lijkt- een eind te maken, voordat die zich verder in Kirgizië of zelfs over de grenzen in de buurlanden verspreidt.'

Het betreffende gebied is het vruchtbare Ferghana-dal, dat ooit aan een feodale landheer toebehoorde, maar onder Jozef Stalin over Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan werd verdeeld.