President van Amerika, Barack Obama, is vrijdag in de staat Louisiana aangekomen om te overschouwen wat de ergste olieramp van de Verenigde Staten is geworden. Intussen lijkt het almaar waarschijnlijker dat BP het olielek gedicht heeft, maar de maatschappij wil dat zelf nog niet bevestigen.

Hij beloofde de inwoners van Louisiana meer steun om de gevolgen van de ramp aan te pakken. De president heeft ook beslist om de inspanningen om de olie weg te halen van de stranden en de natuurgebieden te verdriedubbelen .

President Obama nam donderdag de leiding over van wat hij een ’vreselijk catastrofe’ noemde, na weken van bezoeken van kabinetsleden. 'Ik neem de verantwoordelijkheid. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat al het mogelijke wordt gedaan om dit lek te dichten', zo zei Obama op een persconferentie in het Witte Huis.

Het geduld begint op te raken, helemaal sinds wetenschappers donderdag stelden dat de hoeveelheid olie die uit de put stroomt 2,5 tot vijf keer groter is dan BP en de kustwacht in eerste instantie dachten. Dat zou betekenen dat er in het gunstigste geval 68 miljoen liter ruwe olie de golf in is gestroomd en in het ergste geval 148 miljoen liter. Ter vergelijking: bij de ramp met de tanker Exxon Valdez in Alaska liep 42 miljoen liter olie de zee in. Het Britse oliebedrijf BP heeft tot nog toe 930 miljoen dollar (ruim 752 miljoen euro) uitgegeven.

Versperringen houden olie niet tegen

De versperringen die zijn geplaatst om te voorkomen dat de klonterige, kleverige olie de kust bereikt, kunnen niet alle olie tegenhouden. Harde wind, hoge golven en stroming kunnen de substantie over de versperringen stuwen.

Langs de Amerikaanse kust van Alabama tot Louisiana is de olie al aangespoeld. De olie heeft op sommige plekken ook kwetsbaar moerasland bereikt. Bovendien is het moeilijk om voldoende personeel te vinden die de versperringen over zoveel kilometer kunnen onderhouden. Honderden mensen zijn gemobiliseerd om te helpen.