Tijdens de turnlessen zijn de Vlaamse kleuters 58 procent van de tijd niet in beweging. Matig tot intens bewegen gebeurt slechts 18 procent van de lestijd. Verrassend is dat meisjes actiever zijn dan jongens. Dat blijkt maandag uit een onderzoek van Pragodi, het onderzoekscentrum van de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), in samenwerking met de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent (UGent).

Voor de eerste keer in Vlaanderen is onderzocht hoe actief kleuters zijn tijdens de lessen bewegingsopvoeding door Pragodi in samenwerking met de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van UGent. Ze deden onderzoek bij 573 kleuters tussen vier en zes jaar in 35 Vlaamse scholen.

Uit de studie blijkt dat kleuters 61 procent van de totale middagspeeltijd staand of zittend doorbrachten. Zelfs speelkoffers of grondmarkeringen op de speelplaats leidden niet tot een hogere bewegingsgraad in tegenstelling tot het lager onderwijs. Een ruime turnzaal en speelplaats doen kleuters wel meer bewegen.

"Via eenvoudige preventie is het mogelijk om de bewegingsgraad van Vlaamse kleuters tijdens de lessen te verhogen", verduidelijkt Dirk Smits, diensthoofd van het onderzoekscentrum Pragodi. "Laat niet de volledige klas wachten terwijl je met een kleuter spreekt en hou de uitleg kort. Naast het aantal geplande lessen is het zinvol om nog extra gestructureerde bewegingsmomenten te voorzien in de vorm van loop- of tikspelen om intensief te bewegen."