Steeds meer jongeren nemen steeds vaker gevaarlijke producten om hun sportprestaties of intellectuele prestaties te verbeteren. Ze nemen daarbij ook steeds meer producten die ronduit gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Dat blijkt uit een onderzoek van het OIVO, het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties.

Het onderzoek werd in maart 2009 afgenomen bij 2630 jongeren tussen 12 en 17 jaar. Tegenover 2007 is er een toename in het gebruik van stimulerende producten zowel als experiment en dus eenmalig, als op herhaalde basis.

Het aantal jongeren dat producten nam om de sportprestaties te bevorderen, verdubbelde tegenover twee jaar geleden. Iets meer dan 1 op de 6 jongeren gaf toe deze producten al eens gebruikt te hebben. Een vijfde van de jongeren gebruikte al eens producten tegen fysieke vermoeidheid. Minder dan een op de tien beperkte dit tot één keer.


Jongens gebruiken iets vaker stimulerende producten dan meisjes. Producten tegen fysieke vermoeidheid zijn vooral populair bij oudere tieners. Tweeëntwintig procent van de studenten uit het 5de en 6de secundair beamen dat ze deze producten al meerdere keren gebruikt hebben.


Uit de studie blijkt ook dat één op de drie jongeren aangeeft al geneesmiddelen te hebben gebruikt als drug (kalmerende middelen, remmers, oppeppers, amfetamines). De meerderheid van hen deed dit al meerdere keren. Ook solventen (16 procent) en Gamma-Hydroxy-Butaraat (GHB), poppers of lachgas (7 procent) worden door sommige jongeren gebruikt.


Het OIVO is van mening dat de overheid sensibiliseringsacties zou moeten ontwikkelen om het gebruik van stimulerende producten af te raden en zelfs te bannen.