In Italië is maandag met een zeer magere opkomst de tweede dag van de regionale verkiezingen gestart. Slechts 46,2 procent van de kiesgerechtigden heeft zondag zijn stem uitgebracht, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat is zowat 9 procent lager dan bij de regionale verkiezingen van 2005. In de Midden-Italiaanse regio Latium zakte de kiesopkomst gewoonweg in elkaar.

Bijna 41 miljoen Italianen kunnen tot 15.00 uur de voorzitters verkiezen van dertien van de twintig regio's in het land. Bovendien worden nieuwe besturen gestemd in vier provincies en 463 gemeenten, waaronder ook het stadsbestuur van Venetië. De regionale verkiezingen zijn de laatste grote test voor de parlementsverkiezingen van 2013. Het resultaat zal het toekomstige gewicht bepalen van elk van de partijen die nu de rechtse meerderheid van premier Silvio Berlusconi uitmaken.

Zo zal de Lega Nord, de populistische partij van Umberto Bossi en coalitiepartner in de Italiaanse regering, in de rijke regio's in het noorden van Italië de eerste plaats proberen af te snoepen van het Volk van de Vrijheid, de partij van Berlusconi. Dat geldt met name voor Lombardije en Venetië. Mocht de Lega Nord in haar opzet slagen, dan heeft ze al aangekondigd een extra ministerie en de burgemeestersjerp van Milaan te zullen opeisen. Die eisen zouden voor deining kunnen zorgen binnen het Volk van de Vrijheid.

Politieke ontevredenheid

Opiniepeiler Renato Mannheimer schreef maandag in de Italiaanse krant Corriera della Sera dat een gevoel van ontevredenheid over de politiek al maanden toeneemt. "De ontevredenheid over de politiek is wijdverbreid, zelfs onder diegenen die uiteindelijk wel gingen stemmen. Dit gevoel van onverschilligheid over de politiek kan niet worden genegeerd", aldus Mannheimer.

Analisten zeiden dat de politiek er niet in geslaagd is zich toe te leggen op datgene waar de Italiaanse bevolking zich het meest zorgen over maakt: het verlies van banen door de aanhoudende economische crisis. Naast het gevoel van ontevredenheid, droeg ook een verkiezingscampagne die gedomineerd werd door schandalen en juridisch gesteggel over inschrijvingen op de kieslijsten bij aan de lage opkomst.