De Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid van de Europese Unie Catherine Ashton heeft donderdag haar plannen voor de oprichting van een Europese diplomatieke dienst gepresenteerd. De grootste fracties in het Europees Parlement noemen haar voorstel echter "onaanvaardbaar".

De diplomatieke dienst moet het buitenlands beleid van de Europese Unie coherenter en slagvaardiger maken. Alle aspecten van het Europese optreden in de wereld worden samengebracht in een nieuwe en autonome instelling waarin duizenden eurocraten en gedetacheerde nationale diplomaten aan de slag gaan.

De oprichting van de dienst zorgde de voorbije maanden voor heel wat getouwtrek tussen de Europese instellingen en de lidstaten. Een van de voornaamste knelpunten was de zeggenschap over de omvangrijke fondsen voor de derde wereld en de oostelijke en zuidelijke buurlanden van de Unie. Die fondsen werden traditioneel door de Europese Commissie beheerd.

Ashton stelt nu voor dat de diplomatieke dienst verantwoordelijk wordt voor strategische beslissingen, met name over de omvang van de ontwikkelingsenveloppe die over de jaren heen aan partnerlanden wordt toegekend. De Commissie wordt echter van nabij bij de besluitvorming betrokken en blijft verantwoordelijk voor de uitvoering.

Tegenstand

Met haar blauwdruk liggen volgens Ashton "alle elementen op tafel om snel een beslissing te nemen", maar de Britse stuit meteen op verzet in het Europees Parlement, dat de begroting en de personeelsstatuten van de diplomatieke dienst kan blokkeren. "Onaanvaardbaar voor het parlement", zo luidde een gemeenschappelijke mededeling.

De Belgische liberaal Guy Verhofstadt en de Duitse conservatief Elmar Brok, die het dossier in het halfrond onder hun hoede hebben, zijn ontevreden over het "kunstmatige" compromis rond het ontwikkelingsbeleid. Ze zijn ook misnoegd over de gebrekkige politieke verantwoordelijkheid van Ashton en haar dienst jegens het Europees Parlement en ze hekelen de almacht van de secretaris-generaal van de dienst en diens adjuncten.

Ook de lidstaten moeten zich nog over de plannen uitspreken. Met name de Oost-Europese lidstaten verrichten veel lobbywerk om interessante plaatsen in het organigram van de dienst in de wacht te slepen. Op termijn zouden op de Brusselse hoofdzetel en de 137 Europese diplomatieke vertegenwoordigingen samen meer dan 5.000 mensen aan het werk moeten zijn.