CLB, de risée
Lorin Parys Foto: rr
Flashback naar de refter van het Sint-Pieterscollege, hartje Leuven, 22 jaar geleden. Als vlijtige student in het eerste middelbaar zat ik toen met potlood in de aanslag en zweetparels op het voorhoofd diep voorover gebogen aan een lessenaartje mijn hoofd te breken over vragen van het PMS. Toen het Psycho, Medisch en Sociaal Centrum, nu het CLB of Centrum voor Leerlingenbegeleiding. Of ik graag eieren bakte? Of ik al eens in de tuin werkte? En of ik wist hoeveel a²-b² was?

Mijn klastitularis bazuinde dat vragen die je te moeilijk vond of waar je geen tijd voor had niet hoefde in te vullen. Dat deed ik met veel plezier dan ook niet. Per slot van rekening was het geen toets die op mijn schoolrapport zou verschijnen. Bij het horen van de bel, diende ik opgelucht mijn vragenlijst in. Verder niets meer over vernomen. Kous af.

Of dat dacht ik. Want dat was buiten de ijverige mensen van het CLB gerekend die mijn multiple choice antwoorden door een computer hadden gejaagd en mijn ouders met spoed uitgenodigd voor een gesprek met enkele onthutsende mededelingen. Als zwak begaafde student had ik nul komma nul kans om het middelbaar onderwijs, en al zeker niet het ASO, af te maken. Het ware dus beter, gezien mijn voorliefde om af en toe een ei te bakken, dat ik onmiddellijk zou overschakelen naar een beroepsrichting. Dat moest niet noodzakelijk kok school zijn, ik had tenslotte ook aangegeven al eens graag in de tuin te werken. Tuinbouw was dus ook een optie.

Mijn ouders zijn van het kritische soort. Voor hun eigen progenituur, maar even goed voor instellingen die hun toekomstoordeel over dat progenituur baseren op multiple choice. Met een gezonde dosis skepticisme besloten ze in de auto op de terugweg van het CLB om niets te vertellen over wat zich net voltrokken had en mij (en de betrokken scholen) vooralsnog te sparen van koken en tuinieren. De toekomst zou zichzelf wel uitwijzen. Pas toen ik na mijn universitaire studies naar het buitenland vertrok met een academische beurs op zak, heeft mijn pa het deksel over het CLB advies gelicht. Waarvoor dank.

Facebook

Maar ik was blijkbaar niet alleen. De Facebook-groep ‘Het CLB zat er boenk naast’ heeft op twee dagen tijd bijna vierhonderd aanhangers gevonden. Het verhaal van Fanny Douvere spreekt boekdelen. Fanny schakelde op haar 12de, op aanraden van het CLB, over naar het BSO want ‘een diploma zat er niet in voor haar’.

Afgelopen maandag heeft Fanny haar doctoraatsthesis ingediend. Die heeft ze geschreven terwijl ze aan de slag was als hoofd van het UNESCO marine programma in Parijs. Voor mijn ouders, Fanny en mezelf is het CLB - een vaak grappige- voetnoot in onze persoonlijke geschiedenis. Maar voor veel jongeren blijft zo’n etiket geen voetnoot maar wordt het hun toekomst.

Want vorige week zat in hartje Leuven een ander jongentje met potlood in de aanslag en zweetparels op het voorhoofd voorover gebogen aan een lessenaar een CLB test in te vullen. Die jongen is van buitenlandse afkomst, zit in het vierde leerjaar en hinkt twee jaar achterop omdat hij pas op zijn 8ste hier is komen wonen. Het CLB vindt nu dat hij best het vijfde en zesde leerjaar zou overslaan en zijn leeftijdsgenoten in het eerste middelbaar BSO zou vervoegen.

Stel u eens voor dat u als alleenstaande Marokkaanse moeder de school en het CLB over de vloer krijgt die u vertellen dat uw zoon best overschakelt naar een andere onderwijsrichting. Wat doet u dan? Gelukkig hebben we met de mama afgesproken om eerst eens goed na te denken over wat nu echt best is voor haar zoon.

Persoonlijk dossier

Daarom is het persoonlijk onderwijsdossier dat minister Smet eerder deze week voorstelde enkel een goed idee zolang het kinderen geen etiket geeft dat bestendig aan hen kleeft. Want niets is zo verrassend als de loopbaan van een kind.

 

Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column uit eigen naam. Meer info op www.flandersdc.be of lorin.parys@flandersdc.be